Tuinfilosofie voor gevorderden (Deel 1)

Welkom op tuinfilosofie voor gevorderden.

Om deel te kunnen nemen aan deze reeks is het reeds hebben van enige tuinervaring noodzakelijk.
Groene vingers helpen natuurlijk ook.

Uw tuinfilosoof heeft zelf reeds een sterke voorkeur voor de inrichting van de ideale tuin. Hij is beïnvloed door mensen als Piet Oudolf en Henk Gerritsen, Noël Kingsbury en Christopher Lloyd. Voor onze held aan de andere kant van het kanaal; Tim Smit, met zijn verloren tuinen van Heligan en het Eden project heeft hij grote bewondering.

Maar genoeg achtergrond- informatie, we gaan beginnen met de eerste drie stellingen:


1. Gebruik oude klinkers !
Natuurlijk is altijd beter. Oude gebakken stenen zijn kleurvaster en worden mooier naarmate zij ouder worden. Er is er geen één hetzelfde en er zijn tientallen kleurschakeringen. Betonnen stenen worden flets en zijn allemaal hetzelfde; saai !
Tweedehands straatstenen zijn vaak goedkoop via de gemeente te krijgen of een lokale stratenmaker.


2. Laat de boel lekker verweren !
Doe de hogedrukspuit de deur maar uit, dat is een speeltje voor burgermannetjes. Hoe meer groene aanslag hoe mooier ! Krabbel niet alles dat opkomt in de voegen tussen de straatstenen weg, maar trek voorzichtig het hoge spul eruit. Na verloop van enige tijd zijn alle voegen gevuld met mos en kleine plantjes. Verbaas je over de kracht van dat kleine spul en geniet ! Ook potten zijn verweerd alleen maar mooier, vooral het gele Cotswoldstone wordt prachtig. Maar ook gewoon de roodbakkende klei terracotta krijgt zo karakter.


3. Rommelig mag !
Een tuin mag best rommelig zijn. Laat vooral aan het einde van de zomer alle bladeren, takjes en restjes lekker liggen. In de winter kunnen egeltjes er in overwinteren, in het voorjaar dienen de takjes weer als nestmateriaal voor de vogels. Een stapel stenen is decoratief en helpt watersalamanders de winter door. Laat planten rustig door elkaar heen groeien. Een stuk kale grond tussen de planten is niet mooi, de grond droogt eerder uit en open stukken geven het onkruid een onnodige kans om te ontkiemen.


Dit waren alweer de eerste drie stellingen, toepasbaar in iedere tuin, doe uw best en tot de volgende keer !

Uw tuinfilosoof

Advertenties

Who’s your Queen ?

Heeft iemand mijn keppeltje gezien ?

Er staat nergens in de Bijbel dat je je hoofd moet bedekken. In het Jodendom wordt het door grote groepen gelovigen toch vaak gedaan, met een kippá, een keppeltje. Het bedekken van het hoofd wordt gezien als een teken van nederigheid tegenover God.

Er hoort een mooie symboliek bij; het keppeltje herinnert de mens er aan dat er iets hoger staat dan zijn eigen hersenen, zijn kennis en vindingrijkheid. Het keppeltje wordt gezien als een koepel die het aardse van het hemelse scheidt.

Maar hoe kom ik in hemelsnaam aan dit verhaal ? Nou, vandaag keek ik de repetitie voortplanting na. Het antwoord op de vraag moest zijn; “pessarium“. Dit is een rond rubber kapje dat, aangebracht om de baarmoedermond, zwangerschap voorkomt. De betrouwbaarheid is ongeveer 95 procent, mits de maat van te voren goed is opgenomen.

Het door een leerling gegeven antwoord was; “baarmoeder-keppeltje”.
Ah, vandaar die koepel die het aardse van het hemelse scheidt…

Het sollicitatie colbertje

Wat trek jij aan als je gaat solliciteren ?

Vandaag moest ik op sollicitatiegesprek, maar ik twijfelde de hele week.
Bij een onbekend bedrijf zou ik zonder meer een colbertje aantrekken.
Maar deze sollicitatie was bij een samenwerkingsverband waar ook mijn eigen school inzit. De eerste ingeving was; ik ga gewoon zoals ik ben. Na de eerste jaren van mijn gigantische cariére veel in colbertjes gelopen te hebben, ben ik  tegenwoordig niet meer van de colbertjes. Stropdassen idem dito.

Maar goed, na huiselijk overleg besloot ik toch maar een colbertje uit de kast te trekken. Dat staat toch serieuzer. De blauwe leek me wel wat, stond me altijd goed. Maar wat is dat ? Ik lijk wel een rugby-speler met die brede schouders. Tja, na tien jaar is de mode aanzienlijk smaller geworden. Van de macho-mannen naar de vrouwelijker types. Dit kon echt niet meer, te ouderwets, er moest iets nieuws komen.

Eerder deze week ben ik gelukkig leuk geslaagd voor een vlot colbertje, dat prima op een spijkerbroek kan, je zit tenslotte niet voor niks in het onderwijs. Alleen dat oranje knoopsgat voor de witte anjer op de revers, dat stond me niet aan. Vrouwlief sloeg aan het uithalen. Een gaatje bleef over. Ook niet echt mooi. Een nieuw knoopgat maken met een ander kleurtje mislukte. Misschien er een metalen knopje inslaan. Nee, dat is ook niks. Uiteindelijk werd het mooi opgelost met een stukje stof dat er als een lusje op werd gezet. Nog beter dan het origineel.

Maar was het nu allemaal de moeite waard ?
Vanmiddag stapte ik met mijn vlotte colbertje zonder stropdas de kamer binnen bij de sollicitatiecommissie. Het waren drie heren en één vrouw. Alle drie de heren hadden een vlot colbertje aan, zonder stropdas.

Yes !

BH cup DD

Zie ik het goed ?
Is dat een bh, die daar onder de tafel verdwijnt ?
De meiden in het groepje hebben in de gaten dat ik iets heb gespot en beginnen te giechelen.
“Dames, wat voor rugby-uitrustingsstuk verdween daar onder de tafel ?”
“Ssssttt, stil meneer, het is een bh, die is voor Romeo.”

Romeo is een vlotte knul, wel stevig, maar geen spektietjes.
“Die heeft toch geen borsten ?”, vraag ik dus maar.
“Nee, het is toch ook een jongen, maar hij wou graag een bh hebben”, antwoord Nadie.

Het kleine rose bh’tje met een snoopy erop is stiekum langs de meidengroepjes gegaan en staat nu volgeschreven met allerlei teksten. Nieuwsgierig als ik ben lees ik toch even mee: “Hoi Romeo hier heb je je bh, ik heb hem zelf gedragen !”  en “Nou Romeo hier is je AA-BH, nu heb je net zoveel als Lies !”

Tegen het einde van de les krijgt Romeo zijn kado.
Trots loopt hij het lokaal uit, het kleine roze bh’tje aan, over zijn T-shirt.

Het is niet helemaal zijn maat.
Zijn wens-borsten komen er nog onderuit.

De baby met het gespleten hoofd

De eerste bevalling is altijd alles nieuw, dus je komt wel eens voor een verrassing te staan. Zo ook bij Jan en Lenie.

De weeën waren al geruime tijd aan de gang, maar ja, hoeveel tijd staat daar voor ? Het was ook nog eens midden in de nacht en je wilt niemand uit bed bellen zonder dat het echt nodig is. Vond Jan tenminste.

’s Ochtends vroeg op verzoek van Lenie toch de verloskundige maar eens gebeld, die al vrij snel voor de deur stond, de haren nog ongekamd.
Even kijken hoe ver het staat met de ontsluiting. Oeps, dat is veel ! We bellen de ambulance, beslist de verloskundige. Als we snel zijn dan redden we het nog wel in de auto, meent Jan. Vrouw Lenie klimt onder protest van de verloskundige met moeite de auto in, de weeën zijn nu wel heel hevig. Met een rotvaart racen ze door de stad heen, Jan gaat er voor. Hij heeft niet voor niets een superglanzende Alfa Romeo met 16 kleppen en injectie !

Knap, daar gaan de vruchtvliezen al, de voorstoel van de auto absorbeert trouwens prima zo blijkt ! Jan wordt daar niet blij van, de auto is zijn heilige koetje, maar Lenie denkt in stilte; “gerechtigheid !”

Bij het ziekenhuis aangekomen parkeert Jan keurig op het parkeerterrrein. Maar Lenie kan al niet meer lopen, snel terug de auto in, “zet die patserbak van je maar recht voor de ingang”. Daar stapt Lenie al over in de rolstoel. Ze is het zat met Jan, en zegt dat als haar baby er iets aan over houdt, dat Jan er van zal lusten. Jan lacht er om, hij denkt nog steeds dat het wel zal meevallen. Lenie stelt zich maar wat aan, denkt hij, vrouwen zijn toch ontworpen om kinderen te krijgen ? Nou dan !

Vijf minuten later staat Jan zijn vrouw aan te moedigen, omdat het zo hoort.
In gedachten is hij ook nog bezig met zijn autostoel vol vruchtwater.
Tien minuten later wordt langzaam het kind zichtbaar.
Jan kijkt nog eens goed en trekt wit weg.
Het kind heeft een gespleten hoofd !
Het valt dus helemaal niet mee; Jan wordt overmand door schuldgevoelens en valt flauw.

Hij is vader geworden van een gezond meisje.
Geboren in een stuitligging.
Billies eerst.

Een vogel met zuurstofapparatuur

Hoe ver kun je gaan als vogelaar ? Het uiterlijk en gedrag van vogels is iets dat ik dagelijks met veel belangstelling bekijk. Maar om je nu ook nog eens in de ademhaling van het beste beestje te gaan verdiepen…. Dat zal immers niet veel anders verlopen dan in onze eigen longen, denk je al snel.

Fout dus. De ademhaling bij vogels verschilt aanzienlijk van die in onze eigen longen. En wel op een bijzondere en interessante manier. Deze verschillen maken het mogelijk dat in de Himalaya verbaasde bergbeklimmers, voorzien van zuurstofapparatuur om toch nog enigzins te kunnen bewegen, de vogels over hen heen zagen vliegen !

De kleine compacte longen van een vogel staan in verbinding met een aantal dunwandige, lucht bevattende zakken en ruimtes. Deze ruimtes vertakken zich tussen de organen, in botten en zelfs in de schedel. De luchtzakken zijn enkele malen zo groot als de longen zelf. Het totale volume van dit systeem is hierdoor ongeveer driemaal zo groot als bij het ademhalingsstelsel van een vergelijkbaar zoogdier.

Wat zijn verder de belangrijkste verschillen met onze ademhaling ?
Ten eerste gaat de lucht bij de vogels door de longen héén. In onze longen komt de lucht immers via allerlei vertakkingen uiteindelijk in het alveolair zakje. Dit is dus duidelijk een “doodlopende weg”, de lucht moet dezelfde weg weer terug. Bij vogels is sprake van “eenrichtingsverkeer”, alle lucht gaat voortdurend dezelfde kant op.

Het tweede verschil betreft de luchtstroming. Bij onze longen gaat de lucht de longen in, staat even stil, waarna weer wordt uitgeademd. Bij de vogels is er echter een continue luchtstroming door de longen heen, zowel bij in- als uitademen. Er zijn zelfs aanwijzingen dat zelfs bij vogels die onder water zwemmen op een bepaalde manier toch nog een luchtstroming in de longen gehandhaafd blijft.

Maar we zijn er nog niet. Ook de uitwisseling van zuurstof tussen de lucht en het bloed van de vogel is namelijk het vermelden waard. Deze lijkt namelijk meer op het ademhalingssysteem zoals dat gebruikt wordt door een vis in zijn kieuw, dan op het ademhalingssysteem dat de mens heeft.
De vogel maakt gebruik van het zogenaamde tegenstroomprincipe. De lucht in de longen en het bloed stromen in tegengestelde richting langs elkaar heen. Hierdoor wordt het bloed altijd weer blootgesteld aan lucht die zuurstofrijker is.

Het resultaat is duidelijk beter dan bij ons. De zuurstofconcentratie in het bloed van een vogel op het moment dat het de longen verlaat benadert de zuurstofconcentratie in de lucht. Een vogel kan dus veel méér zuurstof halen uit lucht met dezelfde zuurstofconcentratie dan de mens.

Dat is dan ook de reden waarom je nooit een vogel met zuurstofapparatuur op ziet vliegen.

Duistere assemblage praktijken omtrent M1 A2 Abrams

De M1 A2 Abrams is geen gewone tank, maar met zijn bijna 70 ton een echte zwaargewicht. Dit is mede te danken zijn aan zijn zware bepanstering, die voor de versie die gebruikt werd in de golfoorlogen bestond uit drie modulaire lagen, met alumina, titaniumdiboride, of verarmd uranium.

In plaats van met een gewone dieselmotor wordt het gevaarte aangedreven door een gasturbine (1500 pk). Al met al niet bepaald een eenvoudig ontwerp en dus ook geen tank die je ‘even snel’ in elkaar flanst. Toch bleek recent dat de assemblage van deze tank volledig in het duister plaatsvindt.

Mijn zoontje was reeds enige tijd naar bed. Voordat hij ging slapen had hij nog verteld dat zijn bouwpakket zo mooi werd. Dus ik dacht, kom laat ik nog even op zijn kamer gaan kijken hoe ver hij is gevorderd. Slapen zal hij nog wel niet. Ik liep de trap op. Zoals het hoorde was alles op de bovenverdieping volledig duister. Zachtjes opende ik zijn kamerdeur en deed het licht aan…

Daar zat zoonlief, een beetje schaapachtig lachend achter zijn bureau, met de lijmstift nog in zijn hand.

Hij had me de trap op horen komen en vervolgens snel het licht uitgedaan.
Gesnapt !

Ik mis je mooie hangende haar

Het is al weer een tijdje terug dat we met lege handen achterbleven.
Voor de meesten is het gemis ondertussen al een beetje gewend, maar voor mij niet.
Mijn dochter riep het afgelopen weekend nog boos; “Waarom loop je alles terug te rekenen, wat kan mij die gulden schelen !”
Terwijl ik alleen maar even duidelijk wou maken dat het voorschot voor haar keyboard dat zij van mij kreeg, best een heel bedrag was.

Maar eigenlijk gaat het bij mij dieper om een heel andere reden.
Vanaf mijn jonge jaren spaarde ik Nederlandse munten.
Terwijl ik het opschrijf, voel ik me een beetje saai, maar het is echt zo.
Eerst had ik postzegels, maar mijn jonge brein had bedacht dat die wel erg brandbaar waren, terwijl munten alle toekomstige rampen zouden overleven.

Nog steeds heb ik een heel loodzwaar muntenalbum vol.
Dat begint bij de halve centjes, niet mijn grote liefde.
Centen wel, daar herken je zo mooi de (zinken) oorlogsjaren in.
Stuivers zijn ook mooi, guldens, Wilhelmina met hangend haar, prachtig !
Het eindigt met de speciale uitgaven van zilveren tientjes en meer van dat grote spul, samen met wat papiergeld, als het maar onder de tien piek bleef.

Je kunt als je wilt nu de Australië vijf euro halen op het postkantoor, ontworpen door Irma Boom. Zij maakte gebruik van zes globes die elk een verschillend perspectief van de wereld laten zien. Over elkaar heen geplaatst, staan de lijnen symbool voor de routes van de VOC. Leuk detail: het muntmeesterteken (de koerszettende zeilen) markeert de plek waar Willem Janszoon met zijn schip ’t Duyfken de Australische kust ontdekte.

Niet voor mij.
Ik ben gestopt met de laatste gulden.

Weet je nog hoede laatste gulden er uit zag ?

Een klassieke blonde schoonheid

Meteen toen ik haar zag staan viel ik voor haar ogen; groot en bruin, omlijst met wimpers zo groot dat ze wel namaak leken. Ze was mooi, maar jammer genoeg wist ze dat zelf ook. Omhoog gekamd blond haar, tegen wit aan, met zorgvuldig aangebrachte zwarte accenten.

“Nu heb je wel genoeg foto’s”, zei mijn vrouw.
“Wacht, ik neem er nog eentje van haar helemaal”, antwoorde ik met het toestel nog voor mijn ogen.
“Haar ?”, klonk het met enige spot.
“Er hangt zo’n hengstendingetje onder hoor…”