Een plakkerig type wil een zuigzoen

Parasieten, wat zal ik er van zeggen ?

De bioloog waar ik bij afstudeerde kwam terug uit Australië en vertelde aan de koffietafel dat er in de mangrove daar Down Under ineens een minuscuul beestje op zijn hand sprong. Terwijl hij er naar keek groef het beestje zich een weg naar binnen tussen zijn duim en wijsvinger. Dat liever niet, dacht de bioloog en sneed met zijn zakmes het diertje er snel weer uit. Samen met een stukje biologenvlees viel het beestje in het water tussen zijn voeten en spoelde weg.

De collega’s aan de koffietafel waren zeer verontwaardigd; waarom had hij in hemelsnaam het beestje niet opgevangen in een potje ? Dat was toch reuze interessant geweest om te bestuderen ?

Die dubbele gedachten heb ik ook als ik kijk naar dit Luisvliegje (Hippobosca equina) op mijn t-shirt. Om te zien is het reuze interessant; het lijkt wel een wezentje van mars. Toch is dit een bloedzuigende parasiet van vogels en zoogdieren. Ook van mij dus, hoewel zijn voorkeur uitgaat naar paarden en herten.

Als ik naderhand lees dat hij lange getande klauwtjes heeft om zich goed aan haren vast te houden is gelijk verklaard waarom ik hem haast niet van mijn t-shirtje af kreeg. Gaaf.

Ook schijnt hij bij verstoring als een krab zijdelings weg te vluchten.

Shit, dat heb ik hem niet zien doen…

Advertenties

Het is nat en zit te drogen op een beschuitbus…

Zo stoned als een garnaal in de klas

“Oké, dus nu weten jullie dat het in brood zit, macaroni, rijst en zelfs in papier. Maar jullie hebben nog nooit echt zetmeel gezien of geroken.
Dus heb ik hier een bus met pure zetmeel.
Kijk eens even hoe het er uit ziet en ruik er eens aan.”

Stuk voor stuk verdwijnen er neuzen in de bus met zetmeel.
De één vindt het lekker, anderen roepen “béééh !”

Dan is Rico aan de beurt.
Rico heeft nogal moeite met lang stilzitten.
Hij vraagt iedere les of hij ‘even’ naar het toilet mag.
Dan blijft hij een kwartier lang weg.
“Dat vond ik niet ‘even’ Rico”, zeg je dan.
“Maar het was een grote boodschap, meneer”, zegt hij vervolgens met zijn trouwste hondenoogjes. Je gelooft hem maar, zelf ben je immers ook nooit zo vlot met die grote boodschappen…

Vervolgens hoor je in de docentenkamer dat hij een kwartier lang door de gangen van school heeft lopen rennen.
Dus boodschappen mag hij bij mij niet meer doen.

Maar goed; Rico werpt een blik in de bus zetmeel.
“Maar dat is wit poeder !”
“Hè, wit poeder ? Dan heb ik per ongeluk de bus cocaïne gepakt !”, roep ik verschrikt.
“Mag ik wat van dat poeder op mijn tafel meneer ?”, klinkt het bijna smekend.
“Tuurlijk Rico, alsjeblieft”.”

Rico pakt een papiertje en schuift zorgvuldig een lijntje.
Dan houdt hij met één vinger een neusgat dicht en snuif in één keer alle zetmeel naar binnen.
Tevreden kijkt hij om zich heen, met een witte neus, terwijl de klas niet meer bijkomt.

Hij gaat zitten wachten op het moment dat hij high wordt, maar zal al snel tot de conclusie komen dat hij geen verschil merkt.

Snap ik, hij is altijd al high.

Vanonder welke denkhoed vandaan schrijf jij je blogjes ?


Zit jij wel eens in een vergadering ? Vast wel. Is je dan wel eens opgevallen dat bepaalde personen in een bepaalde rol zitten als iets wordt besproken ? 
Zo is er altijd wel iemand die alleen maar beren op de weg ziet. Waarop sommige collega’s zeggen; “O nee hè, bij hem kan nooit wat”. Of iemand die juist overdreven enthousiast is. Waarna een derde persoon zich opwerpt als de redelijkheid zelve. Het grappige is dat die personen bij de volgende vergadering ook weer dezelfde rol hebben. Terwijl het ook heel verfrissend kan zijn om iets vanuit een rol te benaderen die je normaal niet zou nemen.

Edward de Bono heeft een techniek ontwikkeld om een probleem vanuit verschillende kanten te bekijken. Daarbij maakt hij gebruik van zes denkhoeden, die elk een eigen kleur hebben. Iedere kleur staat voor een andere manier van denken: 


De rode hoed:
Deze staat voor emoties, spontaniteit, gevoel en intuïtie.
Je reageert vanuit je gevoel en hoeft geen argumenten te geven.

De witte hoed:
Deze staat voor feiten, cijfers en informatie.
Je gaat uit van de objectieve informatie.

De zwarte hoed:
Deze staat voor zwartkijken, nadruk op het negatieve en aanwezige risico’s.
Je bent advocaat van de duivel.

De gele hoed:
Deze staat voor positief en constructief denken.
Je bent op zoek naar voordelen en bekijkt het van de zonnige kant.

De groene hoed:
Deze staat voor creativiteit, groei, energie en leven.
Je geeft alternatieven en nieuwe ideeën.

De blauwe hoed:
Deze staat voor afstandelijkheid en controle.
Je bent de dirigent die het proces in de gaten houdt.

Nu zat ik mij af te vragen of je deze wijze van benaderen van een probleem ook kunt toepassen op de volkskrantbloggers.

De vraag is dus eigenlijk; vanonder welke denkhoed vandaan schrijf jij je blogjes ?

Zes denkende hoeden

Volgende keer klop ik de slagroom wel weer, poepie

Ga jij nu maar lekker schone kleren aantrekken…

De urn van mijn schoonmoeder

Het was altijd zo’n aardige vrouw, mijn schoonmoeder.
Zorgzaam ook. Altijd bezig met spulletjes kopen voor bij ons in huis.
Want ons huis moest net zo volgepropt worden met antieke hebbedingetjes als haar eigen huis. Of we dat nu wilden of niet.

Vorige week vertrokken we na een bezoekje, maar ze kwam ons nog achterna rennen.
“Op de kop getikt op een rommelmarkt, ik zag ze al helemaal op jullie secretaire staan !”
Het waren twee onduidelijke bruine kelken met een vreemde deksel.
“Nee hè”, dacht ik, maar hield wijselijk mijn mond.

Thuis aangekomen werden ze door mijn vrouw op het beoogde meubelstuk geplaatst.
“Wat vind jij ervan ?”, vroeg ze.
“Waar dienen die rare dingen voor ?”
“Nergens voor, ze zijn gewoon voor de sier.”
“Het lijken net twee urnen.”
“Ach, welnee.”
“Kijk er eens in dan, misschien zit er nog as in.”

Toch maar even gekeken; helemaal leeg.
Het rook ook niet naar asbak.
“We zetten er alvast de namen van je ouders op”, opperde ik.
“Ach, doe niet zo gek…”
“Morbide hoor, urnen op de secretaire”, zaagde ik nog even door.
“Okee, ik geef ze wel terug aan mijn moeder”, besloot mijn vrouw.

Gisteren kwam schoonmoeder langs.
Ze was telefonisch al op de hoogte gebracht dat we het toch niet alles vonden.
En ze had helemaal niet moeilijk gedaan.
Dus de twee urntjes gingen gewoon mee, toen ze naar buiten liep.
In een plastic zakje.
Hoewel…
In de hal zag je haar twijfelen.
“Hier zouden ze mooi staan !”, riep ze ineens.
Voordat we het wisten stonden de twee urnen op het kastje in de hal.
Mijn vrouw, haar dochter, is weegschaal en twijfelde dus net iets te lang.

Toet toet, daar vertrokken ze al, schoonmoeder wild zwaaiend.
Het kastje in de hal achterlatend als een soort van altaartje voor twee dierbaren.

Vanochtend ontdekte mijn dochter, net terug uit Luxemburg, de twee gevallen.
“Gadver, wat zijn dat voor stomme dingen ?”
“En waarom staat de naam van Oma onderop die ene geschreven ?”

Omega 3 en 6


Links vooraan in mijn klas zitten twee grote knullen net even te druk te doen naar mijn zin. 
Nu is het vrijdagmiddag, dus helemaal onbegrijpelijk is dat niet.
Op zich vind ik het zelfs wel grappig, want op de één of andere manier gaan aan die tafeltjes links vooraan wel vaker de wat drukkere types zitten. 

Nu is zelfs Ramirezi aan het einde van de week wel eens een beetje moe, dus los ik het op met datgene dat me de minste energie kost; ik trek één wenkbrauw een millimeter of  vijf omhoog.

Dat snappen ze direct. 
"Zijn we een beetje te druk meneer ?", vraagt Ronnie.
"Nou ik zat me af te vragen of jij je pilletjes wel genomen hebt", antwoord ik.
"Wist u dat we allebei echt pilletjes moeten slikken voor ADHD, meneer ?", haakt de buurman van Ronnie in.
"O, slik je Ritalin of zo ?"; mijn belangstelling is gewekt.
"Nee, we slikken allebei visoliepillen, dat helpt echt heel goed meneer !"

"Ik merk het", zeg ik met enig sarcasme in mijn stem.
"Ja, maar vandaag ben ik ze vergeten in te nemen hoor !"
"Mijn jongste zoontje is ook vrij druk en die is een stuk rustiger geworden toen we hem een hoge dosis omega 3 en 6 zijn gaan geven", vertel ik naar waarheid.
Dat vinden de mannen interessant, een docent die zelf een druk zoontje heeft.

Ronnie krijgt ook een hoge dosis, zegt hij.
Met zijn vingers wijst hij aan hoe groot zijn pillen zijn.
Formaatje lippenstift, twee per dag.

Echo’s uit een ver verleden; de Hagedis


Bij ons in de duinen kom je nog wel eens een keertje een Zandhagedis (Lacerta agilis) tegen, maar verder is het in de kop van Noord-Holland magertjes. Zo niet in Frankrijk, waar bij iedere stap die je neemt de hagedissen alle kanten op schieten. Ik denk dat het hoofdzakelijk Muurhagedissen zijn ((Podarcis muralis) die we zagen. Het felgroene exemplaar hieronder lijkt heel erg op een Zandhagedissen mannetje – maar is volgens mijn dochter toch echt een Smaragdhagedis (Lacerta viridis).

Er zijn meerdere soorten waarvan de mannetjes blauwe vlekjes aan de flanken krijgen tijdens de paartijd, dit kun je als je goed kijkt ook zien bij het lekkere lange exemplaar dat hier helemaal onderaan het blogje op de boom zit.


Als het maar warm genoeg is dan zijn reptielen verbazingwekkend snel. Het is dan ook niet vreemd dat in het tijdperk van de dinosauriërs; het Mesozoïcum, de temperaturen veel hoger lagen dan nu. Grote delen van Pangea waren aan het begin van dit tijdperk woestijn. Pas aan het einde van het Krijt zou de temperatuur gaan dalen, hetgeen ongunstig was voor de grote familieleden van deze kleine hagedisjes.

Niet alleen omdat reptielen zo goed gedijen onder hoge temperaturen, maar ook omdat het geslacht van het beestje dat uit een reptielenei kruipt wordt bepaald door de temperatuur. Ineens lagere temperaturen zou wel eens betekend kunnen hebben dat er alleen nog maar jongetjes of alleen nog maar meisjes bijkwamen. Dat geeft toch enige voortplantingsproblemen

En dan nog die meteoriet natuurlijk.

Wat doe ik fout ?

Uiteindelijk willen we toch allemaal graag weten of er wel eens iemand ‘langs’ komt, dus heb ik een poging gewaagd om een statistiekenteller te plaatsen.

Die staat er nu wel op maar blijft vrolijk op nul staan.
Ook het wijzigen van een nul naar een één in de code helpt niet…

Wie heeft er een teller van webstats4U die al wel werkt ?

Of te wel; wat doe ik fout ?

Maagdelijk, lief en wit


Wanneer vind je iets lief ?
Of ongerept en maagdelijk ?
Nou, dat is helemaal niet zo moeilijk.
Wit is de kleur van de onschuld.
En iets dat harig is en zacht, dat is lief.
Als ik af ga op de mening van mijn kinderen tenminste.
Dat is ook niet gek, want die hebben een jarenlange knuffeltraining ondergaan.


Dus dit Uiltje, dat we vonden bij het zwembad, is het allemaal.
Maagdelijk, lief en onschuldig.


Een wit, harig insectje, ik denk Acronicta, alleen de exacte soort ken ik niet.
Een Uiltje dat er veel op lijkt is het Schaapje (Acronicta leporina), maar die heeft veel meer vlekjes.

Bij gebrek aan beter doop ik haar dus maar; de Vliegende Non.