Aandachtstrekker

Onder aandachtstrekkers kun je verschillende dingen verstaan.
De één verhuurt Ferrari’s met dat doel, de ander heeft ze gewoon in haar bloes zitten.

Maar eigenlijk bedoel ik dat kleine dingetje waarmee je aan het begin van de les de nieuwsgierigheid van je leerlingen zodanig prikkelt dat je meteen alle, je raadt het al, aandacht hebt.

Zo begin ik wel eens een les over botten met het uit mijn zak halen van een rugwervel. “Moet je nu eens kijken wat ik net op straat heb gevonden !”
Werkt perfect.

Vandaag hield onze ‘grote baas’ (en daar bedoel ik géén grote man mee) een best wel belangrijk verhaal over een omslag die we binnenkort gaan maken met onze school. Voordat zij begon, liet ze even een personal digital assistant zien; “Er is een PDA gevonden, van wie is deze ?”
Direct was het stil in de zaal.
Prima aandachtstrekker, dacht ik nog.

Het ding was blijkbaar van niemand, hoewel er wel enkele liefhebbers waren die het evengoed mee naar huis wilden nemen. Uiteindelijk werd het geval neergelegd op het spreekgestoelte en begon het verhaal, ondersteund door een powerpoint presentatie.

We waren bij ongeveer de vijfde sheet en de aandachtstrekker had zijn werk goed gedaan; er werd aandachtig geluisterd.

Toen begon de PDA te rinkelen.
Waarschijnlijk zijn eigenaar.
Mijn ‘grote baas’ wist niet hoe het ding uitgezet moest worden en legde het geval een stukje verder weg op het podium. Zij wist zelfs nog de concentratie op te brengen om gewoon met haar verhaal door te gaan.

Maar hij blééf maar rinkelen.

Mag jij raden wie de meeste aandacht kreeg…

Advertenties

Twee voor de prijs van één

Net even langs geweest bij Toos de verhuisdoos.

De Rami-boys werden al snel onrustig en wilden wel ‘iets’ voor oma doen.
“Weet je wat, halen jullie maar even wat kattengrit uit de kelderbox”, loste Toos dat probleempje soepel op. Daar gingen de twee al, uiteraard met de lift, die heeft namelijk een magische aantrekkingskracht op ze.

“Dat kattengrit, daar ben ik goedkoop aan gekomen”, vertelde Toos ondertussen; “Twee voor de prijs van één.”
“Zo, dat is nooit verkeerd Ma …”

Daar kwamen de Rami-boys al weer aan, sneller dan verwacht en zwaar puffend met een zak kattengrit van 20 kilo.
Ze waren duidelijk onder de indruk van de inhoud van de kelderbox.
Die lag volgens hen hélemaal vol met zakken kattengrit.
Een enge man had zelfs geroepen “dat die katten veel te veel schijten !”
Vandaar de snelle terugkeer, nomaal gaan ze nog een keertje of vijftig op en neer met de lift.

“Al dat kattengrit had ik allemaal achter in mijn autootje gegooid”, ging Toos door.
“Het arme ding zakte bijna door zijn assen.”
“De achterkant lag zo laag dat ik niet eens over een verkeersdrempel heen kwam.”
“Knalde zo de uitlaat onder mijn autootje vandaan”, lachte Toos.

Zo goedkoop was dat kattengrit uiteindelijk dus ook weer niet…

Ramirezi gaat op pad

Hersenen zijn niet te begrijpen apparaten.
Zo moet ik voor mijn werk nog het één en ander doen. Niet dat het vandaag al klaar hoeft te zijn, maar het zou me wel een beter gevoel geven als het zo was.

In plaats daarvan zoeken linker- en rechterhelft naarstig naar andere zaken die echt nog gedaan moeten worden. Zoals het uitzoeken hoe het nu precies zit met het lopen van “end to end”.

Wat dat nu weer is ? Simpel; aan de andere kant van het kanaal kun je lopen van het onderste en meest linkse puntje van Engeland naar het bovenste topje van Schotland. Van Land’s End naar John O’Groats. Dat is ongeveer 1400 mijl.

Ik stel mezelf de vragen die je jezelf moet stellen bij zo’n onderneming:
Loop ik vanuit het zuiden naar het noorden of andersom ?
Is het slim om dan rekening te houden met de meest voorkomende windrichting ?
Wanneer heb je het meeste last van de muggen ?

Wat ik al wel zeker weet; ik ga alleen en ik loop ‘m in één keer. Wel is het leuk als er zo af en toe iemand een weekje meeloopt, want tien weken helemaal alleen is best wel lang.

Het liefste zou ik gewoon een rugzak met tent en al dragen, zodat ik helemaal onafhankelijk ben. Ook mijn portemonnee vindt dat een aantrekkelijke optie.  Wild kamperen trekt me ook, straks in de bergen van Schotland. Wie weet wat voor ‘wildlife’ ik nog op de gevoelige plaat kan vastleggen. Maar mijn rug roept dat het misschien toch beter is om steeds in geriefelijk bed- and breakfast huisjes te verblijven.

Maar goed, er ontbreken nog een paar kleine dingetjes.
Tijd en geld om maar iets te noemen.

Maar je weet nooit, als die twee straks langskomen dan heb ik het plan al klaar.
Blijf maar lekker dromen Rami…

Heb jij allebei je armen wel eens gebroken ?


Hoe motiveer je leerlingen ?
Daar had mijn gymdocent een heel eigen opvatting over.
Okee, als ik een handstand maakte dan bogen mijn armen wat vreemd door.
De ‘verkeerde’ kant op, zeg maar.
Tenminste dat vond die gymdocent.

Dus riep hij altijd als ik een handstand maakte; “Heb jij allebei je armen wel eens gebroken ?”
“Nee, meneer !”, antwoordde ik dan met een rood hoofd, want dat heb je altijd als je op de kop staat.
Eigenlijk had ik moeten zeggen dat mijn vader een Drieteenstandloper (Calidris alba) was. De pootjes van dit opgewonden speelgoedvogeltje langs de golven (zoals het in Petersons vogelgids staat..) buigen nog veel verder de verkeerde kant op. En het beestje beweegt zo enorm snel dat je bijna een foto nodig hebt om dat te zien.

Als je hem ‘in het echt’ ziet rennen dan is het net alsof hij z’n pootjes helemaal niet buigt.

Dat is pas echt géén gezicht.

Hoe lang kun je sperma eigenlijk bewaren ?

Nog niet zo gek lang geleden had ik een enorme zaadlozing.
Daarna mocht het eigenlijk niet meer zo heten.
Voor de resterende dikkopjes is de weg naar buiten immers voor eeuwig afgesneden.
Wat resteert is een slap aftreksel van het echte spul.
Best wel een benauwd idee eigenlijk, zo’n Guantánamo scrotum.
Terwijl deze dikkopjes nooit iemand iets hebben misdaan.

Als je er wat beter over gaat nadenken; van al die miljarden spermatozoïden die ik voor de mensheid heb geproduceerd, is niet veel overgebleven.

Eigenlijk zijn er nog maar drie in leven.
Ik laat ze nog maar even zwemmen…

Ik reed net langs de Ark van Noah

Zojuist waren we op visite in Schagen, d’r was er één jarig.
In de haven daar is Johan Huibers bezig om de ark van Noah na te bouwen.
Johan schijnt hiermee bezig te zijn omdat hij gelooft in de letterlijke versie van de bijbel.

Al met al een behoorlijk gevaarte.
Maar vast toch nog een behoorlijk geprop met al die verschillende soorten dieren die er in moesten.
Wist je dat daar serieus over nagedacht is ?
Of dat allemaal wel heeft gepast ?
Ik eigenlijk niet.

Totdat ik net zocht op ‘evolutie‘ bij google.
Toen viel mij iets vreemds op.
De eerste hit die je scoort is scheppingofevolutie.nl.
En d’r is ook maar één betaalde advertentie aan de zijkant.
Je raadt het al; scheppingofevolutie.nl !
Precies de internetpagina die je niet moet hebben als je iets over evolutie wilt weten.

Maar eerlijk is eerlijk, het is wel heel vermakelijk.
Ze hebben inderdaad gekeken of alles wel paste in de ark.
De dinosauriërs moesten er ook in !

En die Brachiosaurus was nogal groot.
Dus hebben ze jonkies meegenomen.
Of eieren.

Weer wat geleerd.
Hou google in de gaten….

Doortje had gelijk !


Sommigen van ons bloggen anoniem. Anderen zetten er hun naam bij. Zelf heb ik dat laatste gedaan, hoewel het zeker enige beperkingen met zich meebrengt. Maar daar kan ik prima mee leven.


Dat neemt niet weg dat degenen die je blogje regelmatig lezen, of je nu blogt onder je eigen naam of niet, langzamerhand een beeld krijgen van je persoonlijkheid. Zeker van degenen die onder hun eigen naam bloggen zou je mogen verwachten dat dit beeld enigzins overeenkomt met de werkelijkheid.  Blog je anoniem dan kun je immers vrijblijvender doen alsof je geheel iemand anders bent. Je zult er nooit door iemand op aangesproken kunnen worden.


Als je lang met iemand samenleeft dan weet je ook een beetje hoe je partner in elkaar steekt. Met als gevolg dat je allebei op hetzelfde moment aan hetzelfde denkt. Of dat je iets voorstelt waar de ander nou ook precies zin in had. Dat voelt best wel vertrouwd aan.


Gisteren kwam ik thuis van het strand. Even lekker wezen uitwaaien. Het is namelijk een misverstand dat het strand alleen in de zomer het bezoeken waard is. Hoe harder de storm, hoe liever wij naar het strand gaan. Soms zie je een zeehondje ploeteren, een andere keer spoelt er iets interessants aan. Maar er is altijd wat te doen. Ook gisteren was het weer fantastisch, zie de foto’s.


Maar goed, nadat ik het zand uit mijn haar had geschud en ik mijn brilletje weer doorzichtig had gepoetst, toch maar even kijken of er nog reacties waren op mijn blogje. En daar stond toen deze van Doortje:

Gaan jullie vandaag weer naar het strand Rami?

Hulp voor als je weer eens ondergescheten bent

Het is gelukkig al weer een tijdje geleden, maar vergeten was ik het nog niet.
Mijn vrouw en ik liepen hevig verliefd over het strand. Om de één of andere reden overvalt dat gevoel mijn vrouw altijd op het strand, dus als zij naar het strand gaat, dan zorg ik natuurlijk wel dat ik erbij ben…

Maar goed, we dwalen af.
Plots zagen we een vogel moeilijk fladderend in de branding.
Het bleek een zeekoet (Uria aalge) te zijn, helemaal onder de stookolie.
Uiteraard hebben we het diertje gevangen, wat best nog wel meeviel.
Maar toen moesten we nog terug naar de auto lopen.

Uit dankbaarheid voor zijn aanstaande redding scheet hij mij onderweg helemaal onder. We stopten hem in de kofferbak (toen nog schoon…) en reden naar ons helderse vogelasiel de Paddestoel.

Daar hebben ze hem eerst grondig schoongeboend. Daarna zijn de veren tijdelijk niet meer waterdicht, dus mocht hij nog een paar weekjes blijven om op krachten te komen.

Uiteindelijk was hij één van de vele dieren die dankzij de inzet van de mensen van de Paddestoel zijn gered. En dat zijn voor het grootste deel allemaal vrijwilligers.

Vandaag was het de jaarlijkse open dag. Dus maar even wezen kijken met dochter. Met het verkopen van kleinigheidjes en spelletjes werd geprobeerd om wat geld bij elkaar te sprokkelen. Eigenlijk schandalig dat dat nodig is.
Wij zijn na het wegbrengen van ‘onze’ zeekoet donateur geworden en altijd gebleven.

Dat zouden meer mensen moeten doen.

Vogelasiel de Paddestoel

Slachtveld

Overal waar we keken afgerukte ledematen.
Stukken van opengebroken lichamen.
Stille getuigen van een ongelijk gevecht.

De sterke bepantsering bleek niet afdoende.
Het recht van de sterkste.
Eten en gegeten worden.

Dankzij Kees Smit ben ik taalkundig bijzonder op mijn hoede.
Is het nu slachtveld of slagveld ?

De mossel

Zoals K al reageerde met Molly Malone in het vorige blogje; bij kokkels horen natuurlijk ook mosselen (Mytilus edulis).

Het liep trouwens niet zo best met Molly af;
‘She died of a fever,
‘And no one could save her,
‘And that was the end of sweet Molly Malone.’

Ik weet niet precies waar de ‘fever’ van Molly vandaan kwam, maar misschien had zij door mosseltechnologie gered kunnen worden.

Het wonderlijke van de mossel zijn namelijk de byssusdraden, waarmee hij zich vast kan zetten aan van alles en nog wat, inclusief zijn soortgenoten. Dat draadje kan de mossel dus vastplakken terwijl hij zich in zout water bevindt.

Heb je wel eens geprobeerd om iets te plakken dat nat was ?
Lukte niet hè ?
Onze mossel draait er zijn mosselvoetje niet voor om. Dat voetje komt uit de mossel,  zoekt een geschikt plekje en hecht zich vast. In het voetje ontstaat dan de byssusdraad door het samenvoegen van verschillende eiwitten.

De mossel heeft eiwitten die het te lijmen oppervlak voorbehandelen, eiwitten die de lijm vormen en weer andere eiwitten vormen de byssusdraad. Er is zelfs een eiwit dat de gemaakte byssusdraad van een laagje voorziet om deze te beschermen tegen afbraak door bacteriën.

Aan de TU Delft is ons mosseltje niet onopgemerkt gebleven.

Daar proberen ze op basis van zijn byssusdraad eiwitten een lijm te maken die botsplinters kan plakken en inwendige bloedingen kan helpen stoppen.

Helaas te laat voor Molly…