De kokkel

De kokkel (Cerastoderma edule) is één van mijn favoriete schelpen.
Lekker stevig en stoer met al die ribbels.
Op het strand zie je hem altijd als eerste liggen.
Door de invloed van het water en de wind ligt hij meestal met de bolle kant naar boven.
Maar als hij toch andersom ligt dan is het net een luxe badkuipje.

Je kunt ook mooi zien hoe oud hij is aan zijn jaarringen.
De binnenkant van de schelp is de helft van de plek waar het weekdiertje zelf heeft gewoond.
Dat is dus lekker glad afgewerkt.
Als je goed oplet zie je nog waar z’n sluitspieren hebben gezeten.

Op het strand vind je meestal fosiele schelpen.
Door hun lange verblijf in de bodem hebben ze allerlei verschillende kleuren gekregen. De één is er nog mooier door geworden dan de andere.

De kleur van een levende kokkel op het wad is crème wit.
Ook mooi.

Kokkel

Advertenties

Zeemeeuwen bestaan niet

Het is een bekende bron van hilariteit onder vogelaars. Mensen die een zeemeeuw hebben gezien. Pak er maar eens een Petersons of Bruun’s vogelgids bij. Je zult er nooit een zeemeeuw in aantreffen. Wel allerlei soorten meeuwen, waaronder het beestje hierboven, dat ik vanmiddag tegenkwam. Het is een juveniele Zilvermeeuw (Larus argentatus).

Zilvermeeuwen hebben pas na een paar jaar een volwassen verenkleed. In de loop der jaren worden ze eigenlijk steeds witter.

Maar het allerleukste vind ik dat hij (of zij) een zwarte snavel heeft.

Terwijl volwassenen toch echt een gele snavel hebben met zo’n mooie rode punt.

Als ik aan de zee denk dan hoor ik in gedachten nooit het geruis van de golven. In de verte lijkt dat me iets te veel op een snelweg.

Nee, ik hoor Zilvermeeuwen.

Hoe dat klinkt ?
Dat ligt er maar net aan welke vogelgids je hebt.
Volgens Bruun’s klinkt het als “kliejauw” of een triomfantelijk kraaiend “kla-óów-kla-óów-kla-óów”.
Jammeren kan ook; “gè-gè-gè” of “ak-ak-ak”.
Bij Petersons klinkt ook het “klieauw”, maar er worden daarnaast ook verscheidene miauwende, blaffende en lachende geluiden gehoord.

Hoor jij de zee al ?

Het probleem van acute hersenoverbelasting bij leerlingen

Welke docent kent niet de zuchtende opmerking van zijn leerlingen dat de boekentas zo zwaar is ?
En het standaard antwoord; ‘dat moet aan het eind van het jaar allemaal in je hoofd zitten ?’ Weer een gefrustreerde brugklasser erbij….

Maar goed; ik zou een serieus probleem aansnijden.
Die kennis die in je hoofd terecht moet komen, daar wil ik het namelijk nog even met je over hebben.

Je hebt vast wel eens gehoord van het tijdelijke of werkgeheugen en het permanente geheugen. Het idee van goed onderwijs is natuurlijk dat de kennis uiteindelijk in het permanente geheugen terecht komt en niet blijft hangen in het werkgeheugen.

Daar dragen we eerlijk gezegd als docenten niet altijd even consequent aan bij.
Zo geven we op verzoek van de leerlingen nogal eens vijf minuutjes de tijd ‘om het nog even door te kijken’ voordat de overhoring begint. Dan weet je zeker dat de kennis die je overhoort er de volgende dag waarschijnlijk niet meer zal zijn.

Maar bij leerlingen die alles kort van tevoren leren is een nieuw probleem opgetreden. Het tijdelijke geheugen heeft namelijk een beperkte capaciteit; er zit een maximum aan de hoeveelheid kennis die je in dit geheugen kunt opslaan.

Op iedere school treden er pieken op in de hoeveelheid overhoringen die er op een bepaald tijdstip gegeven worden. Eén zo’n piek is zeer nabij; die van de week vóór de herfstvakantie. Leerlingen die gewend zijn om alles kort van te voren te leren krijgen dan te maken met het probleem dat ze meer moeten leren dan opgeslagen kan worden in het permanente geheugen.
Omdat ze dat geheugen ook maar zeer beperkt hebben leren gebruiken is de hersenbrug tussen het tijdelijk en permanent geheugen niet getraind en dus zeer smal. En een smalle hersenbrug betekent dat er maar weinig data overgedragen kan worden per tijdseenheid.

De hersenbrug kan dan tijdens pieken in het aantal overhoringen overbelast raken, met verbijsterende fysische gevolgen. Er treedt een meetbare temperatuursverhoging op van de hersenbrug. Deze kan zelfs zo hoog zijn dat het omliggende hersenvocht aan de kook kan raken. Op dat moment is het meestal al te laat. De schedel gaat fungeren als snelkookpan. De herseneiwitten stollen en de druk loopt verder op. Uiteindelijk volgt een schedelexplosie, waarbij de schedel openbarst langs de fontanellen.

Alhoewel wij vorig jaar slechts drie leerlingen hebben gehad waarbij een schedelexplosie optrad, blijft het toch vervelend. Het geeft een hoop rommel in je lokaal en ook de ouders van de betreffende leerling willen nogal eens teleurgesteld reageren.

In een rijtjeshuis ben je een stakker

Woon jij een beetje op stand ?
Oprijlaantje voor de autootjes ?
Dubbele garage ?

Zwembadje in de kelder misschien ?
Vind ik zo lekker hè, even in mijn eigen zwembadje duiken als ik uit mijn sauna kom… 🙂

Of woon je in een rijtjeshuis ?
Weet je wat ik nog niet zo lang geleden twee knulletjes van een jaar of tien tegen elkaar hoorde zeggen ?
“Kijk dat zijn rijtjeshuizen, daar woont Willem ook in.”
“Ja, wat een stakker hè ?”

En wat trokken ze allebei een vies gezicht.

Kakkers.

Wederzijdse liefde

De erotische wortel van mijn schoonvader

Dat had ik nu echt niet achter hem gezocht.
Altijd zo’n keurige man.
Maar als je dan eens langsging dan zat schoonmoeder helemaal alleen thuis.
Schoonpa was weer ‘naar de tuin’.
“Al weer ?”

Hoelang kun je met die groente in de weer zijn ?
Maar schoonpa had een geheim.
Hij kweekte erotische wortels.

De vrouwtjes waren niet zo moeilijk.
Het mannetje heeft nog aardig wat genetische manipulatie gekost.

Leiding geven

Wat is nu eigenlijk moeilijker ?
Leiding geven of leiding ontvangen ?
Of leiding aanleggen ?

Mijn mentor kindjes hebben een kwaliteitenmuur ingevuld.
Mark heeft aangegeven dat hij goed is in leiding geven.

“Kun jij goed leiding geven Mark ?”
“Ja meneer, héél goed.”
“Mooi man, maar hoe weet je dat eigenlijk zo zeker ?”
“Nou let maar op meneer…”

Mark gaat staan en begint te schreeuwen;
“JIJ, NU DAAR NAARTOE !!!”
“EN JIJ, PAK DIE SPULLEN OP !!!”

Net wat ik al dacht.
Leiding geven is makkelijker dan leiding ontvangen.

Champagne !

Vandaag hadden we een feestje.
Het verbouwde schoolrestaurant "De Twee Getijden" werd geopend.
De inrichting is stemmiger dan vroeger; veel rood en zwart.
Het heeft nu een keuken waar Jamie Oliver jaloers op zou zijn. 
Voldoet aan de nieuwste eisen voor wat betreft hygiëne.

Als je in het restaurant gaat eten, dan kun je via een flat-screen zien hoe je eten in de keuken wordt klaargemaakt. 
Niet door sterren-koks.
Maar door de VMBO-leerlingen.
Ze maken zelf de menu’s, de planning en doen de inkopen. 
Ook het koken en de bediening nemen ze voor hun rekening.
Dat heet nu betekenisvol leren.

En het eten is nog lekker ook.

De Nederlandse Spoorwegen; lekker makkelijk

Dat viel niet tegen vanochtend. Waren we toch mooi op tijd.
Helemaal vanuit Den Helder naar Utrecht Cs, zonder een centje pijn.
Al dat gezeur over de NS ook altijd, zie je wel dat het in de praktijk reuze meevalt, nog 300 meter….

“Dames en heeeeren vanwege enkele problemen is het treinverkeer verstoord en kunnen wij nog niet Utrecht Cs binnenrijden, we wachten even op een plaatsje.”

Mmm.
….
“De aansluitende trein naar Lunetten halen we niet meer.”

Toch nog binnen.
….
De omroepster heeft druk werk want er is nogal wat aan de hand. In zo’n beetje alle richtingen doet het treinverkeer het niet meer of bijna niet meer.

Om het nog makkelijker te maken hebben ze het grote bord met informatie over treinen, perrons en tijden ook maar afgezet.

Om het nog makkelijker te maken hebben ze ook alle mensen die maar iets aan informatie kunnen verschaffen verstopt.

Om het nog makkelijker te maken rijden de treinen niet vanaf het perron waar ze volgens de gele borden zouden moeten staan.

Om het nog makkelijker te maken hebben ze de roltrappen omhoog allemaal uitgezet.

Om het nog makkelijker te maken hebben we uiteindelijk maar de bus richting Lunetten genomen.

Om het nog makkelijker te maken was de conferentie, waar we met z’n allen te laat aankwamen, nog maar niet begonnen bij gebrek aan deelnemers.

Waarom is er sex ?

Kijk eens naar beneden.
Ben je een jongetje of een meisje ?
Dat was niet zo moeilijk hè ?
Maar weet je ook wie van jou dat jongetje of meisje heeft gemaakt ?

Bij zoogdieren wordt in het algemeen het geslacht bepaald door de twee geslachtschromosomen X en Y. Ben je de trotse bezitter van twee X-chromosomen dan mag je jezelf een meisje noemen. Heb je zowel een X- als een Y-chromosoom dan ben je een jongen.

Eén zo’n geslachtschromosoom was aanwezig in de eicel.
Omdat de eicel door je moeder werd geleverd zat daar dus altijd een X-chromosoom in.

Het andere geslachtschromosoom komt van je vader en die had meerdere smaken in de aanbieding. Een spermacel kan zowel een X als een Y-chromosoom bevatten.

Dus de spermacel bepaald het geslacht van het kind.
Je vader heeft dus je geslacht bepaald, tenzij je daar zelf naderhand aan hebt laten sleutelen.

Een leuke uitzondering op de regel van de twee geslachtschromosomen is het Vogelbekdier.
Die heeft in iedere cel van zijn lichaam maar liefst tien geslachtschromosomen.
Bezit je als vogelbekdier tien X-chromosomen dan ben je het meisje, met XYXYXYXYXY ben je een jongetje. De X’en en Y’en verschillen ook nog onderling van elkaar en blijken aan elkaar te passen. In de aanloop naar de vorming van geslachtscellen vormen ze een lange sliert, van afwisselend X- en Y-chromosomen.

Uiteindelijk wordt er toch nog gesorteerd en gescheiden; een mannetje levert sperma in twee soorten; de XXXXX-spermacel of de YYYYY-spermacel. Het vrouwtje heeft ook hier maar één smaak, namelijk de XXXXX-eicel.
Misschien helpt het Vogelbekdier met deze rare uitzondering één van de laatste grote vragen in de wetenschap te beantwoorden:

Waarom is er sex ?

Vogelbekdier heeft geheim sexleven