Een avondje in de Scholekster crèche

De oudste Rami-zoon besloot gisteren na het avondeten dat hij nog even een stuk ging rennen. Een beetje lachend keek ik hem na, al rennend met zijn buik vol patat en frikadellen. Hij bleef behoorlijk lang weg, dus ik dacht; vast niet goed gevallen die vette hap.

Eenmaal weer thuis was hij super enthousiast; hij was naar het strand gerend en had daar een hele tijd zitten kijken naar een Scholekster (Haematopus Ostralegus) crèche. Dat leek de twee andere Rami-kids ook wel iets, dus vandaag gingen we met z’n vieren kijken of de crèche nog open was.

Na een kilometertje lopen op het strand was het raak; daar zagen we een grote groep “bonte pieten” zitten en inderdaad, tussen de volwassen dieren zagen we een mooi cirkeltje met juvenielen.

Hoewel ik zelf heel klein naderbij was geslopen, liepen enkele andere ‘badgasten’ zo stevig achter mij langs dat de ouders op werden geschrikt; grappig genoeg bleven de jonge dieren allemaal wel zitten.

De volwassen Scholeksters maakten een rondvluchtje en kozen een nieuw plekje aan de zeekant. Even later vlogen ook de juvenielen daarheen. Gelukkig, want ik was even bang dat ze niet konden vliegen en dat ze dus gescheiden van hun ouders een makkelijke prooi zouden vormen voor rovers.

Eén van de juvenielen gedroeg zich al als een échte hangjongere; hij had al bling bling in de vorm van enkele geel en witte ringen om zijn poot.

Scholeksters zijn trouwens best apart; het zijn de enige steltlopers die hun jongen voeren. Zowel pa als ma snijden voor de hele kleintjes keurig het vlees uit een Kokkel !

Op de terugweg zagen we nog iets grappigs; de Scholeksters stonden lekker op één poot van de zonsondergang te genieten. Toen we langs liepen, wilden ze wel de afstand voldoende groot houden, maar namen ze niet de moeite om hun opgetrokken pootje weer uit te klappen.

Met als resultaat enkele tientallen voor ons uit hinkelende Scholeksters.

Vanavond brand ik een kaarsje

Eigenlijk ben ik nogal een bèta jongetje.
Eigenlijk geloof ik nergens in.
Eerst zien dan geloven.
Toch lees ik Morgaine met plezier en zijn d’r wel eens dingetjes waarvan ik denk; “Hoe kan dat dan ?”

Maar goed.

Dan mijn vrouw.
Gelooft ook nergens in, zegt ze.
En heeft vanavond een belangrijk tentamen.

Tien minuten geleden werd ze opgehaald.
In haar zak uiteraard haar geluksteen, on gepolijst voor extra kracht.
Dan in haar andere zak een gelukspoppetje van een centimeter of tien.
Niet te vergeten het kleine zorgpoppetje, ooit van mij gekregen omdat dit kleine gebreide vrouwtje uit Peru, mits in je portemonnee gestopt, er ook voor zorgt dat je minder geld uitgeeft. Zonder resultaat overigens.

Oh ja, uit haar tas haalde ze ook nog even haar pop van de sneeuwman (naar de tekenfilm van Raymond Briggs). “Wat moet je daar nu mee ?”, vroeg ik.
“Die maakt me rustig”, zei ze zenuwachtig.

Toen ze de deur uitstapte riep ze nog; “Je vergeet toch niet een kaarsje te branden hè ?”

Tuurlijk niet, er branden er nu zelfs twee.
Tot slot probeer haar rustgevende gedachten in te stralen. Hopelijk halen die Alkmaar, helemaal vanuit J’dorp.

Al die hulpjes komen eigenlijk op één ding neer.
Als je echt gelooft dat ze helpen, dan doen ze dat ook.

Zet ‘m op schat !

Toos klust zich rondom happy

Vanmiddag stond ik onverwachts bij Toos Verhuisdoos voor de deur. Als ik aanbel gaat de deur open op een kiertje. Toos is namelijk samen met haar vriendin het flatje opnieuw aan het behangen. Normaal verhuisde ze minstens éénmaal per jaar, maar daar is ze nu wat te oud voor. In plaats van verhuizen gaat ze nu éénmaal per jaar het flatje helemaal veranderen.
In de kamer zit het nieuwe behang er al op.
“Hoe vind je dit behang eigenlijk ?”, vraagt ze.
Het is een beetje kartonkleurig met verticale rijtjes zilveren balletjes.
“Als je het echt eerlijk wil weten, een beetje saai ?”
“Nou, dat vond ik dus ook, kijk dit komt er overheen.”
Ik wist het, mijn moeder behangt altijd twee keer in enen.
Het nieuwe behang is inderdaad een stuk mooier; witte bloemetjes.

Dan bekijk ik haar eens goed.
Was ze al zo grijs ?
“Wat is er met je haar ?”
“Oh, dat is verf, ik heb de verwarming opnieuw gespoten.”
Ik bekijk de pas een paar maanden geleden aangeschafte radiator.
“Die was toch al wit ?”
“Ja, maar nu is hij meer crème..”

“Ik heb ‘m vijf keer overgespoten en toen keek ik in de spiegel. Behalve mijn haar waren ook mijn neusharen helemaal wit, dus probeerde ik mijn neus te snuiten. Maar dat lukte niet want mijn neusvleugels bleven aan elkaar plakken. Dus toen heb ik een zakdoek met aceton genomen, en peuterde in mijn neus maar dat ging bijten.”

Dat zijn de soort van zaken waar Toos zelf altijd al de humor van inziet. Maar het verhaal is nog niet af.
“Uiteindelijk heb ik wattenstaafjes gedoopt in terpentine om mijn neus weer schoon te krijgen en dat werkte goed.”
“Lekker gezond zeg !”, zeg ik met mijn arbo/milieu-achtergrond.

“Niet gezond misschien, maar wel lekker, want ik ben een paar uur helemaal high geweest….”

Enig kind wordt te veel verwend

Kijk, daar komt pa al weer aan. Wat zal de lieve schat dit keer krijgen ? Een I-pod ? Een nieuwe spelcomputer, of gewoon nog een extra ijsje omdat het al weer veertien graden buiten is ? Nee hoor, gewoon een lekker vers visje van vader Fuut (Podiceps Cristatus)…

Jammer, net het overgeven van het visje gemist. Ondanks de behoorlijke maat verdween het visje zonder enig probleem (en zonder te kauwen…) naar het vooronder van dit enig kind. D’r zullen heus wel broertjes en zusjes zijn geweest, maar die hebben het schijnbaar niet gehaald.

Het mooie zebra-gestreepte Fuutje zwemt voldaan verder.
En net zoals bij ons, kindje tevreden, pappie en mammie tevreden…

Tuinfilosofie voor gevorderden (Deel 7)

Prachtig tuinweer weer waarde gelovigen, tot genot van ons aller tuinfilosofisch genootschap, maar tot verdriet van alle patiënten met hooikoorts.

Van ons tuinfilosofen wordt een zekere kritische houding verwacht met betrekking tot de betekenis van het woord. Daarmee bedoel ik niet het woord van een eventuele opperfilosoof, maar het woord in het algemeen.

Zo zal het beeld van een onkundige bij het woord ‘katje‘ al snel richting het harige zoogdiertje gaan dat slechts negatieve invloed op onze tuin heeft in de vorm van onfrisse fecaliën. Terwijl heren met een overdosis van het autisme veroorzakende hormoon testosteron bij ‘katje’ al snel in gedachten richting de stoeipoes zullen gaan.

Wij tuinfilosofen hebben echter dankzij het jarenlange celibataire leven de ware betekenis weten te achterhalen. Een ‘katje’ is de bloem van een wilg (Salix) en groeit uit de zijknoppen van een éénjarige twijg.

Voor diegenen onder u waarbij het tuinfilosofisch celibaat problemen geeft, eindigen we dit keer met een wijze uitspraak van apostel Paulus; “Het is beter te trouwen dan van begeerte te branden.”

Ontmoeting met een black brother

Even een frisse neus halen dacht ik en even later stond ik lekker in het zonnetje voor de ingang van het hotel in de binnenstad. We waren gisteren namelijk een dagje op workshop met wat collega’s.

Vanuit het niets kwam er een "black brother" op me af. 

"Hee, hallo", zei hij, balde zijn vuist, waarop we met de knokkels tegen elkaar aanstompten bij wijze van begroeting. 

Normaal geef ik een hand, maar dit ging eigenlijk helemaal automatisch. Het was een lange jonge vent, niet echt slecht gekleed, met onder zijn arm een grote kartonnen doos.

"Logeer je in het hotel ?"
"Nee hoor, ik ben er alleen aan het vergaderen."
Hij knikte begrijpend en kwam naast me staan in het zonnetje.
"Weet je, eigenlijk heb ik een klein probleempje.."
"Oh ?"
"Ik heb net boodschappen gedaan, maarrrr…" 

In de stilte die nu even viel deed hij de kartonnen doos open en liet een halfje wit en wat in doorzichtig plastic verpakte ham zien. Het zag er nogal leeg uit, twee van die kleine dingetjes in een hoekje van een grote doos.

"Maar ik heb te weinig geld voor melk."
Hij graaide nu langdurig in zijn zakken en haalde er uiteindelijk een muntstuk van 20 eurocent uit te voorschijn.

"Eigenlijk heb ik nog 50 eurocent nodig om melk te kunnen kopen."
Ik keek hem vriendelijk aan.

"Anders moet ik weer helemaal terug naar huis om extra geld te halen."
Ik keek hem nog steeds vriendelijk aan.

"Heb jij misschien nog 50 eurocent voor mij ?"
Het hoge woord was er uit.

"Nee, dat is nou vervelend, ik ga altijd zonder geld op zak naar mijn werk."
Nu keek hij mij begrijpend aan.

"Nou ja, dan moet ik het maar aan iemand anders vragen hè ?"
"Ja, succes hoor."

Nog één keer deden we de brother groet met onze knuistjes tegen elkaar en hij ging blijmoedig op zoek naar een andere financier van zijn "melk"-probleem. 

Terwijl hij wegliep zag ik een andere "black brother" licht wankelend mijn kant op komen. Waarschijnlijk dacht deze dat er wat te halen was, want hij versnelde. Deze meneer zag er op afstand al een stuk minder fris uit en had wel vijf jassen over elkaar aan. En van bijna alle vijf de jassen de capuchon op.

Ik besloot dat mijn frisse neus nu wel gehaald was en vluchtte naar binnen.

Ze kunnen een hoop tegen me zeggen

Ze kunnen een hoop tegen me zeggen, maar gelukkig doen ze het meestal niet.

Mijn dochter zegt wel eens dat ik zeur, vooral als ze dat zelf aan het doen is.

Mijn vrouw zegt wel eens dat ik slecht luister, maar waarom hoor ik dan al niet meer.

Mijn zoontje vindt dat ik te veel snoep, dus dat hij nog véél meer mag snoepen.

Sommige leerlingen vinden dat ik mijn overhemd uit mijn broek moet dragen.

Een meisje van veertien zei vandaag “lekker ding” tegen me.

Gelukkig zeggen ze het meestal niet…

Mijn hol is het grootste

In het weekeinde mag ik graag een stukje lopen. Meestal wil er dan wel iemand met me mee van het gezin. Afgelopen weekend was ik dus op jacht met mijn jongste Rami-zoontje.

Uiteraard niet echt, jagen doen we in ons gezin met een fototoestel. We liepen door het kleine stukje duinen waar je mag komen. Het rammelde van de konijnen. Maar zie er dan nog maar eens eentje te vangen met je digitale cameraatje zonder tele-lens. Ze zien je al van verre aankomen. Even gaan ze op de achterpoten staan. Kom je nog dichterbij dan rennen ze alvast naar de ingang van hun hol. Pak je camera en dan zijn ze echt foetsie.

Uiteindelijk gingen we bijna tijgerend het volgende duin op. Daar zat hij. Naast een enorm hol. Rami-zoontje is één meter vijftig. Om een idee te geven. In de diepte hoorden we hem lachen….

De onmogelijke inhaalrace van mijn dochter

Mijn dochter fietste vandaag over de kanoroute naar huis. 

Nog niet zo lang onderweg zag ze een eind voor haar een bekende gestalte door het polderlandschap glijden. Een man met een middellange jas, grote fiets, vrij snel pedalend, dat moest pa wel zijn. Wonderlijk hoe je iemand aan zijn rijstijl op afstand kunt herkennen.

"Gezellig, die ga ik even inhalen", dacht ze; "kunnen we richting huis mooi even bijkleppen."

Maar pa gaat altijd nogal hard in vergelijking tot de fietssnelheid van de gemiddelde puber. Hoe hard ze ook trapte, ze kwam maar nauwelijks dichterbij. Het is een meisje dat niet snel opgeeft, maar na een paar kilometer zwoegen moest ze toch de handdoek in de ring gooien. 

Ze besloot tot een noodoplossing; nog nahijgend werd de mobiel getrokken.

Seconden later ging mijn telefoontje.
"Hoi, met mij, je fietst een stuk voor mij op de kanoroute, kun je even wachten ?"

"Nou, dat is nogal moeilijk want ik ben op bezoek geweest bij een andere school, we rijden net Almere uit…"

Even voorstellen; mijn lintworm

Zo langzamerhand worden we steeds intiemer en vind ik dat jullie toch eens kennis moeten maken met mijn lintworm. Hij zit in het potje hierboven en staat altijd in mijn lokaal.

De leerlingen bekijken mijn huisdiertje met afschuw en willen maar wat graag weten hoe je kunt voorkomen dat zo’n beestje in je darm komt wonen.

Daarvoor moet je eigenlijk iets meer weten over de levenscyclus van de lintworm. Die begint meestal als eitje in het gras, dat wordt opgegeten door bijvoorbeeld een koe. In de koe ontwikkelt zich nu een lintwormcyste; een blaasje vol met de koppen van wannabee lintwormpjes. De mens komt er pas bij kijken als de koe wordt geslacht en uiteindelijk opgegeten. Als je het besmette vlees niet voldoende kookt of bakt, komen de lintwormkoppen levend in je darm terecht en beginnen daar hun leven als ongenode gast aan tafel.

Van achter de kop vandaan groeit het dier nu langer en langer, segment na segment, tot een lengte van wel tien meter. Ieder segment op zich zit weer vol met eitjes om de levenscyclus ooit opnieuw te kunnen laten beginnen.

Het mooie van de lintworm is dat je er op nog een manier aan kunt komen.
Stel dat je partner al een lintworm heeft, dan kunnen een aantal segmenten via de anus het lichaam kruipend verlaten en vervolgens via dezelfde weg bij jou gaan inwonen.

Mijn advies; eet geen rauw vlees en geef je partner regelmatig een wormenkuurtje.