Op jacht naar de Brakwaterkokkel

Kokkels en Kokkel Look-alikes

Zoals jullie weten heb ik sterk de neiging om in vakanties raar gedrag te gaan vertonen. Zoals bijvoorbeeld de gaatjes in schelpen onderzoeken. Dit keer besloot ik op jacht te gaan naar de Brakwaterkokkel (Cerastoderma glaucum).

De reden ? Het idee dat je ze vindt op het strand – duidelijk zoutwater dus. De schelpjes dateren uit holocene en jong-pleistocene bodemlagen, toen er blijkbaar hier bij de kust ook nog brakwater aanwezig was.

Voor onze stranden is de eerste schelp waar je aan denkt; de Kokkel (Cerastoderma edule). Er zijn echter nogal wat kokkel look-alikes, kijk maar eens goed naar het gevonden handjevol dat je hieronder ziet.

Handje vol kokkelig spul

Al na vijf minuten had ik naast de Kokkel; de Noorse Hartschelp (Laevicardium crassum), de Bonte Mantel (Chlamys varia) en zowaar; ook de Brakwaterkokkel gevonden. Hieronder nog even naast elkaar op het zwarte schort dat in mijn kerstpakket zat. Gewoon, omdat het er zo leuk uitziet.

Vier gevonden soorten

Toch was ik nog niet helemaal zeker; er zijn namelijk ook nog een Scheve hartschelp (Parvicardium exiguum) en een Geschubde hartschelp (Parvicardium scabrum) en hartschelpen zijn bovendien zelfs binnen de soorten nogal variabel in vorm.

Kokkels

Uiteindelijk ben ik maar gaan sorteren en heb ze op de foto gezet. Dan kunnen jullie ze ook wat makkelijker vergelijken. Hierboven de Kokkel; duidelijk de top in het midden van de schelp.

Noorse Hartschelpen

Dan hierboven de Noorse Hartschelp – kan niet missen, toch?

Brakwaterkokkels

En tenslotte de Brakwaterkokkeltjes, met de top duidelijk niet in het midden en een verlengde achterkant. De groeven tussen de ribben zijn smaller dan de ribben zelf, maar weer breder dan bij de normale Kokkel.

Veel plezier met zoeken, de volgende keer op het strand.

Advertenties

Noortje in de Noorse wetenschap

Noortje op de wetenschapsbijlage van het NRC

Onze Noor op de voorpagina van de wetenschapsbijlage van het NRC, wie had dat durven hopen. 

Dat onze huisdieren afstammen van laboratorium ratten wisten we natuurlijk al, maar nu lees ik dat Noor een Long Evans rat is. Die worden gebruikt voor onderzoek naar gedrag en obesitas. Het beestje op de voorpagina onderzoekt een aluminium schot dat net in zijn hok is gezet. De Noorse onderzoekers kunnen dan met ‘fijne’ platina electroden in het rattenschedeltje bekijken welke neuronen ‘vuren’ als een rat aan de grenzen van zijn bekende omgeving komt. Dit noemen ze de border cells of grenscellen.

We hebben het haar nog even laten lezen, maar Noor was meer geïnteresseerd in knapperige kaakjes.

Noortje op de wetenschapsbijlage van het NRC

Echte ijsberen in Zwolle

Echte ijsbeer

Om te beginnen moet katoenen ondergoed aangetrokken worden. Dan komt een wollen hemd. Daarover een maillot of onderpak. Dan een tweedelig schaatspak of schaatsoverall en tenslotte een warme trui of trainingsjack. Jullie begrijpen het; even wat tips indien je naar de Bijbel in Sneeuw en ijs gaat kijken, zeker de moeite waard.

Trouwens; via een echte ijsbeer zijn we al klunend aanbeland in de toren van Babel.

De toren van Babel aan de binnenkant

Op de knieën, tussen maillot en schaatsbroek, moet een dun stuk schuimrubber. Dit houdt de knieën warm en het is ideaal bij het kruipen en biedt bescherming bij eventuele valpartijen. Over de maillot en onder de schaatsbroek kun je een zwembroek doen met daarin een zeemleren lap genaaid, die de tere lichaamsdelen tegen de kou kan beschermen. Kijk, daar zijn Mozes en Aäron bij de farao, die kokende woestijn zien we helemaal voor ons bij acht graden onder nul.

Bij de Farao

Op het hoofd moeten de bezoekers twee mutsen dragen, waarvan één goed over de oren moet worden getrokken. Deze kan door de sneeuwbril vastgehouden worden. Tranende ogen kunnen gemakkelijk bevriezen, wat sneeuwblindheid tot gevolg heeft.

Dromende Jakob

De bezoekers doen er goed aan de handen warm te houden met vingerhandschoenen met daarover een paar nylon wanten. De bezoeker hierboven heeft mijn tips helaas niet opgevolgd, vast geen volkskrantblogger.

Steekvlieg

We eindigen bij de tien plagen. Het water van de Nijl veranderd in bloed, kikkers, luizen, steekvliegen (boven), veepest, zweren, hagel, sprinkhanen, duisternis en de dood van alle eerstgeboren kinderen.

En dan die kou natuurlijk nog, nummer elf.

Fijne feestdagen !

Fijne feestdagen van Ramirezi

Hele fijne feestdagen toegewenst met mijn favoriet van het afgelopen jaar; de Relmuis of Zevenslaper.

Attentie, attentie de heer Bussenmaker !

Schijnbaar is de heer Bussenmaker hard nodig, want mijn locatiedirectrice roept hem om.

Eerst met haar neutrale vliegveldstem; “Attentie, wil de heer Bussenmaker zich even melden in het Atrium?”

Geen Bussenmaker, want vijf minuten later klinkt het toch wat dringender; “Attentie, attentie wil de heer Bussenmaker zich met spoed melden in het Atrium?”

Verdorie, geef die man voortaan een mobieltje mee.

Er volgt nog een derde keer, iets hoger van toon en wat meer vibrato; “Aaaattennnnntie, aaaatttteeenntie, de héér BUSSENMAKER NU MELDEN IN HET ATRIUM!!!!”

Het galmt nog lang door in het gebouw.

Dan hoor ik een leerling het gangetje voor mijn kamer inlopen, maar daar blijft het bij, er komt niemand naar binnen. Ik hoor een meisje met gedempte stem praten, waarschijnlijk in haar mobieltje.
 
“Hoi pap, met mij – waar ben je?”
“Kun je snel naar school komen, je wordt steeds omgeroepen.”
“Ja, maar het klinkt heel streng….”
“Nou, dan ga ik dat wel even zeggen, doei.”

Jullie kennen me, nieuwsgierig type, dus even kijken wie er stiekum in mijn gangetje staat te bellen. Het is Monique Kurkenmaker.

“Hoi Monique, waarom was je aan het bellen?”
“Nou mijn vader werd steeds omgeroepen.”
“Ik dacht te verstaan meneer Bussenmaker, niet Kurkenmaker…”
“Oh, mijn vader zei al, had de school hem niet even van te voren kunnen waarschuwen.”
“En nu dan?”
“Hij kon niet komen, want hij zat in een sollicitatiegesprek.”

We zijn samen nog even langs de locatiedirectrice geweest.
Of ze de volgende keer nóg duidelijker wil articuleren.

Graven in de mist

Graven in de mist

Vanochtend was de mist beangstigend. Ik zat nog maar net op de fiets of ze greep me ijskoud bij de keel. Het laatste stukje fietste ik met beslagen brillenglazen langs een dampig klein slootje. Vanaf de andere kant van het water waren flarden van gegrom en geknars hoorbaar. Alsof ze daar in die witte sluier een enorm graf aan het delven waren. 

Boven het stramme wit zie ik de arm van een graafmachine langzaam bewegen, als een priemende magere vinger. Even dacht ik  te zien waar de vinger naar wees; grafzerken, rij na rij.
Wat was mijn sterfdatum ook al weer?

"Ik vind dit een raar en luguber blog", zei mijn vrouw. Geschrokken keek ik achterom, maar zag niets anders dan een dikke mist.

Was dat een laadklep die open ging bij de machinale grafdelvers, of hoorde ik een zeis slijpen?

Doortrappen Rami, op de pedalen.

Heb je de zon in de zee zien zakken ?

Zon in de Zee bij Julianadorp

Die avonturen van mij, daar komt geen ver land meer bij kijken.

Zon in de Zee bij Julianadorp

Maar dat is ook helemaal niet nodig.

Zon in de zee bij Julianadorp

Als je op tien minuten fietsen van het strand woont.

Behoorlijk ongesteld

  Het kleine maar daardoor niet minder eigenwijze propje Donny wil NIET werken, zegt hij. Daar heeft hij wel vaker last van en dan is hij moeilijk op andere gedachten te brengen. Dat is gewoon zo bij Donny, daar kan hij zelf eigenlijk niet zoveel aan doen.

“Goh Donny, best vroeg geen zin vandaag, al bij het binnenkomen van het eerste lesuur?”.
“Ze pesten me, ze zeggen dat ik ongesteld ben, maar dat kan helemaal niet want ik ben een jongen.”

De schuldige klasgenootjes Henk en Mels hebben dikke pret en echt kwaad bedoelen ze het ook niet.

“Misschien bedoelen ze wel geestelijk ongesteld Donny?”
Daar ziet hij de humor ook wel van in.
Bijna gaat hij aan het werk.

Helaas, even later beginnen de plaaggeesten over zijn geestelijke ongesteldheid.
Uiteraard zeg ik daar wat van, maar het kwaad is al geschied. Misschien was het toch niet zo’n slimme zet van mij, die geestelijke versie van damesongemak.

Donny gaat nu vandaag dus HELEMAAL NIET werken. Laat hij luidkeels weten.
Tijd voor een andere aanpak; “Ik denk dat Henk en Mels zelf geestelijk incontinent zijn Donny”.
“Ha, jullie zijn zelf geestelijk incontinent”, roept Donny triomfantelijk.

Henk en Mels weten zo te zien niet helemaal wat incontinent ook al weer betekent. Ze zien er verslagen uit. Donny heeft er wel een beeld bij, want incontinent is duidelijk erger dan ongesteld, begrijp ik uit zijn reactie.

Voor mij is het te veel absorptie-materiaal in één les. Ik krijg vanuit mijn onderbewustzijn beelden door van leerlingen met Tena-ladies op hun hoofd en maandverbandjes.

Ondertussen gaat Donny aan de slag.

Regenboog boven ons dorp

Gisterenmiddag.

Het geluid van twee Patrijzen op het land

Er mag in Nederland niet meer op Patrijzen (Perdix perdix) worden gejaagd, want ze staan op de rode lijst. Toen ik deze twee zondagmiddag op het land zag zitten kon ik me sowieso niet voorstellen dat iemand op dit soort beestjes zou willen schieten.

Het geluid dat ze maakten deed me denken aan cavia’s, maar dat hoor of lees ik verder nergens terug. Wel dat ze een raspend, met tussenpozen herhaald ‘karr-wik’ laten horen. Of een explosief ‘krikrikrikrik..’, dat eerst snel wordt herhaald, maar afzakt als het gevaar is geweken. Het zal best, ik hoorde toch echt duidelijk het tevreden ‘oet, oet’ van een cavia. Misschien zat mijn muts wat te strak.

Ze hadden best wel geduld met me, maar uiteindelijk werden de nekjes langgestrekt en gingen ze er als kleine Sesamstraat Pino’tjes vandoor.