Second French Fossil Hunt 2008 (2) – Cretaceous

Het geologisch team bezocht dit jaar het plaatsje Carniol, waar de fossieltjes gewoon op te rapen zijn (de geologische hamer die ik vasthou is alleen maar voor de show dus).

Met niet eens al te veel speurwerk vind je plekjes waar de fossielen, met dank aan de regen, gewoon aan de oppervlakte liggen.

Het team is serieus aan de slag met het schoonmaken, sorteren en vooral vergelijken; wie heeft de mooiste exemplaren?

Mijn bordje…

Enkele Ammonieten, de onderste mogelijk Phylloceras sp.

Diverse Gastropoden.

Weer Ammonieten gevonden met en zonder ribbels. Volgens fossielnet vind je in dit gebied onder meer Dufrenoyia dufrenoyi, Dufrenoyia furcata en Aconoceras nisus.

Het zou me niets verbazen als we deze soorten ook vonden in Engeland, maar dan in het ‘goud’, tijdens de Second Jurassic Coast Fossil Hunt.

De mooiste heb ik voor het laatst bewaard, mooi door zijn kleuren, maar vooral door de prachtige manier waarop de sutuurlijnen zichtbaar zijn. Die grillige lijnen laten zien waar de afscheiding tussen de verschillende kamers in de Ammoniet zaten.

Iedere soort heeft zijn eigen patroon, als een vingerafdruk uit het verleden.

Second French Fossil Hunt 2008 (1) – Dalle à Ammonites

Dalle à Ammonites

Ook dit jaar werd een expeditie vanuit het basiskamp uitgevoerd. Na de First French Fossil Hunt 2006 was het de hoogste tijd voor een vervolg. Voor we zelf de geologenhamer ter hand namen eerst even op temperatuur gekomen in het Dalle à Ammonites. Tegenwoordig hoog en droog gelegen in het geologisch reservaat van de Haute Provence, vlak bij Digne-les-Bains. Zo’n 200 miljoen jaar geleden nog een zee van waarschijnlijk 250 meter diep, barstensvol ammonieten.

Dalle à Ammonites

Dankzij de vorming van de Alpen ligt de zeebodem ligt tegenwoordig bijna vertikaal en kun je de ongeveer 1500 ammonieten, vooral Coroniceras multicostatum, bewonderen alsof het een groot schilderij (350 m2) is.

Dalle à Ammonites

Wat mij vooral opviel was het verschil in aanpak tussen Engelsen en Fransen. In Engeland was hier vast en zeker een enorme wetenschappelijke attractie van gemaakt met een compleet museum erbij. In verband met mogelijke beschadiging beveiligd. Je krijgt er uitleg van een deskundige gids en er is een liftje om de hoge exemplaren te bekijken. Entree uiteraard tegen overlegging van een forse hoeveelheid ponden.

In Frankrijk staat er in werkelijkheid een klein bordje met informatie bij, samen met ééntje dat je niet mag hakken of klimmen.

Wel gratis.

Second Jurassic Coast Fossil Hunt 2007 (2) – Ammonites

Ha, daar zijn jullie weer. Klaar voor het vervolg op onze fossielenjacht aan de Jurassic Coast ?
Op de plaats waar we de Belemnieten hadden gevonden zag je ook veel afdrukken van Ammonieten. Uit ervaring weten we dat je die er niet uit kunt halen – gewoon laten zitten, dan kunnen anderen er ook van genieten.

Nee, een eindje verder, onder de Golden Cap moest je zijn. In het vers uit de klif gespoelde grind lagen de gepyritiseerde Ammonietjes je tegemoet te glimmen. De geologische hamer kon in de tas blijven, gewoon oprapen, zoals dochter en vrouw hier even demonstreren.

We vonden verschillende soorten. Geribbelden, waarvan ik denk dat er Schlotheimia angulata en Pleydellia comata tussen zitten. Dat zou qua leeftijd goed kloppen want die kwamen allebei voor in het Onder-Jura. Maar detemineren valt nog niet mee met al die soorten die best wel op elkaar lijken.

De gladde gepyritiseerde exemplaren vonden we voor het eerst; super. Namen heb ik helaas (nog) niet. Dat pyriet is trouwens ook nog een verhaal apart. Als je niet uitkijkt valt het in een grijs poeder uit elkaar onder invloed van vocht. Op zich vreemd, want ze komen uit een kletsnatte omgeving. Maar goed; ik heb ze goed schoongemaakt met petroleum (geen water) en vervolgens ingespoten met siliconenspray. Goed droog opbergen. Onze exemplaren van vier jaar oud zijn nog prima, dus ik denk dat het werkt.

In de gladde Ammonieten zie je een duidelijk een gekronkeld lijntje lopen dwars op de windsels. Deze sutuurlijn kan worden gebruikt voor determinatie en wordt veroorzaakt door de tussenschotten (septa) die in het beestje zaten tussen de verschillende kamers.

De schelpen van de Ammonieten waren onregelmatiger gevormd en minder dik dan de schelp van de hedendaagse Nautilus. Men denkt dan ook dat de onregelmatige vorm van de tussenschotten (septa) dient om de druk van het water te kunnen weerstaan. Een ondersteuning van de buitenkant van de schelp dus. De meeste Ammonieten kwamen voor tussen de honderd en driehonderd meter diepte, een enkeling zou tot een kilometer hebben kunnen afdalen. Ter vergelijking; de hedendaagse Nautilus haalt de zeshonderd meter.

Maar genoeg – kijk nog eens naar de foto hierboven en je begrijpt waarom niet alleen biologen en paleontologen, maar ook kunstenaars en ik hoop ook jullie gefacineerd worden door de Ammoniet.

Hij heeft gewoon een fantastische en tot de verbeelding sprekende vorm.