Jong van de …… Specht

Jong Grote Bonte Specht 03

Jonkies van de mens lijken soms verbazingwekkend veel op hun ouders en meestal zijn ze zelfs knapper. Bij vogels is dat niet het geval, een kuiken is regelmatig eerder mooi van lelijkheid en lijken op de ouders valt ook al niet mee, denk maar aan het lelijke eendje. Deze foto kreeg ik van mijn dochter, een uit het nest gevallen spechtenjong. Dat zal een Groene Specht zijn, leek mij gezien de rode veertjes op zijn kop. Wacht even; dat heeft een Zwarte Specht natuurlijk ook, om over de verschillende Bonte Spechten maar te zwijgen. Toch maar even mijn dochter gevraagd. Het is een Grote Bonte Specht, maar dan een kleintje.Jong Grote Bonte Specht 02

 

Grote Bonte Specht

Grote Bonte Specht Julianadorp

Deze schoonheid vloog vandaag rond bij basisschool ‘de Vogelwei‘ in Julianadorp. Dat kon dochter Marijke en Colin uiteraard niet ontgaan, zo’n fraaie Grote Bonte Specht  (Dendrocopos major). Alleen waren ze het er niet over eens of het nu een mannetje of vrouwtje is. Marijke denkt een rode vlek in zijn nek gezien te hebben en dan is het een kerel, maar die zie je niet op de foto.

Blijkbaar vinden vogels een school met zo’n naam aantrekkelijk, want toen Ramivrouw er nog les gaf vloog er ook al eens een Houtsnip tegen het raam.

Kijk hier voor het Jong van de Grote Bonte Specht.

Pieterpad: Hardenberg – Ommen

We liepen direct al verkeerd. “Gaan we wel goed?”, vroeg mijn vrouw zich hardop af. Op dezelfde seconde verscheen boven een heg, als een duveltje uit een doosje, het gezicht van een vriendelijke Hardenbergenaar. “Loopt u het Pieterpad? Dan had u honderd meter terug linksaf moeten slaan.”

We kwamen wat verderop een dode arm tegen. Van de Vecht dan. Dit poeltje heeft er misschien net niet iets mee te maken, maar het was zo’n mooi plaatje.

Rheeze is klein maar fijn, je bent er zo doorheen.

Langzaam maar zeker begint het er weer op te lijken, dit is een prachtige etappe met veel natuurgebied, of zoals W.C.H. Staring het beschreef; “het onafzienbare groote veld tusschen Ommen en Koevorden, eene onafgebrokene woestenij.”

We hangen nog even boven de stuw in de Vecht en als je goed kijkt dan zie je de fotograaf zelf in het water weerspiegelen. Voor vissen is de stuw niet te nemen, dus is er een vistrap aangelegd. Een hoogteverschil van maximaal 15 centimeter per trap en een stroomsnelheid van minder dan 1 meter per seconde levert voor geen enkele vis problemen op.

Nog even gekeken of ik de beloofde Winde, Paling, Snoek, Rivierprik, Regenboogforel, Snoekbaars of Zeelt zag. Je raadt het waarschijnlijk al.

Wel kwamen we nog een vrouwtje van de Grote Bonte Specht (Dendrocopos major) tegen. Rood kontje, maar geen rood op het kopje, kan niet missen.

Het einde leek op het begin, we waren lichtelijk van de route afgeraakt. Deze zandverstuiving zou dus wel eens de zogenaamde Sahara kunnen zijn.

In drie dagen 61 kilometer verder.