Vluchtgedrag

Struisvogel

Een klas vol leerlingen, maar de docent is in geen velden of wegen te bekennen. Dat kan een collega zijn die vluchtgedrag vertoont. Maar over dat soort vluchtgedrag gaat dit stukje niet.

Vanmiddag trof ik onze conciërge op de gang, een beul van een kerel. Hij was in geanimeerd gesprek met een collega over een foto van een valkje in de lokale krant. Of dat nu wel of niet een Torenvalkje was. “Dat zijn toch van die vogeltjes die boven het weiland hangen te bidden?”, vroeg de collega. Precies.

“Vaak kun je al aan het vluchtgedrag zien welke vogel het is”, legde de conciërge uit. Grappig, op de één of andere manier verwacht je nooit dat beulen van kerels ook gegrepen kunnen zijn door het vogelen, maar hij wist er behoorlijk wat van. Zo passeerde in ons gesprek bijvoorbeeld de Kiekendief, laag zwevend tussen de duinen door.

Uiteraard wist ik er ook nog eentje; “Als een vogel bij wijze van vluchtgedrag zijn kop in het zand steekt, dan is het altijd een Struisvogel.”

Daar was onze vogelminnende conciërge het niet mee eens; “Niet altijd, het kan natuurlijk ook een manager zijn.”


Vogels in volle vlucht

Advertenties