Het fotoschuwe Leliehaantje

Erg geliefd bij telers van Lelie’s zal hij niet zijn, dit Leliehaantje (Lilioceris lilii).

Zoals wel vaker is het de larve die de meeste schade veroorzaakt. Dit volwassen Leliehaantje valt behoorlijk op met zijn oranje-rode kleur. Hij kan zich dat veroorloven omdat hij niet te vreten is. Hij was wel wat fotoschuw; zodra ik in de buurt kwam probeerde hij zich te verstoppen achter de stengel. Toen dat niet hielp sprong hij pardoes de oneindige diepte in.

De larve wil in tegenstelling tot de volwassen versie het liefst helemaal niet opvallen. Daar heeft hij een aparte manier voor; hij smeert zich in met zijn eigen poep, zodat hij op een vogelpoepje gaat lijken.

Knappe vogel die ‘m dan nog lust.


 

Advertenties

Met je Gewone Tuinslak in het Evolution MegaLab

Heerlijk, eindelijk evolutie onderzoek waar we allemaal aan mee kunnen doen! We gaan onderzoeken in hoeverre de Gewone Tuinslak (Cepaea nemoralis) en de Witgerande Tuinslak (Capaea hortensis) zijn veranderd de afgelopen 50 jaar. De huisjes van deze weekdiertjes zijn verkrijgbaar in de kleuren geel, rose of bruin zijn en ze hebben er géén, één of meerdere zwarte banden over lopen, het zijn net judoka’s. Zie de recording sheet hieronder:

De kleur van het huisje heeft invloed op de zichtbaarheid voor roofdieren zoals vogels. Een lichter gekleurd huisje is geschikter voor een warme omgeving, terwijl een bruin huisje weer beter voordelen heeft in een koele omgeving. De kleuren zijn erfelijk en de vraag is nu of het voorkomen van bepaalde kleuren door de veranderende omgeving en het opwarmende klimaat is gewijzigd.

Hier zie je hoe je je moet aanmelden voor het Evolution MegaLab. Het is een prachtige website waar je ook alle informatie kunt vinden die nodig is. Een hele duidelijk uitleg wordt ook gegeven in deze instructievideo van Menno Schilthuizen (Naturalis). Veel informatie en downloads zijn ook te vinden op website van Naturalis.

Uiteraard kon ik het niet laten om het zelf ook uit te proberen. Hierboven zie je het grafiekje dat Evolution MegaLab voor me heeft gemaakt van mijn vondsten. Ik heb géén bruine huisjes gevonden. De site gaf aan dat de aantallen nog te klein waren om evolutie in mijn omgeving aan te tonen.

Hierboven zie je mooi een aantal verschillend gekleurde huisjes bij elkaar. Ik heb ze opgeraapt en op het waterbakje voor de vogels gezet. Het werd direct een gezellige boel. Gedurende de dag zijn ze allemaal afgedaald de voortuin in, ze eten meestal alleen algen en afval, dus voor je planten hoef je niet te vrezen.

Het kaartje hierboven laat zien dat er nog een slakkenteller bij mij boven in de Noordkop bezig is. Ook hij of zij heeft geen bruine huisjes gevonden, die zie je wel wat lager in het land tevoorschijn komen. Deze kleur zou je ook meer verwachten in bossen; wat koeler dan de omgeving en met veel bruine tinten.

Of iedereen nu direct zijn tuin in rent weet ik niet, maar als je leerkracht bent of docent dan is dit toch een fantastische onderzoeksopdracht voor je leerlingen?


Aanvulling, we hebben dus wel bruine exemplaren in de Noordkop:


Aanvulling; het maakt mogelijk verschil waar je zoekt. Deze waarneming heb ik aan de Noordkant van Noorderhaven gezocht, hoofdzakelijk op de grond. Met als resultaat veel meer bruine exemplaren dan dat ik eerder in de bomen aantrof.

Aangespoelde zwartjes

 

Portret van mijn onderwijsassistente

Even voorstellen; deze lachende schoonheid heet Trijntje. Al jaren mijn trouwe onderwijsassistente, meestal te vinden voor in de klas.

Zoals je ziet is ze nooit te beroerd om tijdelijk in beslag genomen zaken te bewaren. Zo staat ze meestal met een petje van een leerling op voor de klas. Of ’s winters met een muts op en een sjaal om. Vandaag heeft ze zelfs de zonnebril van Kevin op. Mobieltjes zijn nog wat moeilijk, misschien dat ik die ergens tussen haar ribben kwijt kan.

Ze rookt niet, maar toch zijn er zijn er types die haar een peuk in de mond stoppen. Als ik er niets van zeg, dan staat ze daar volgend jaar nog op te kauwen.

Ongewenste intimiteiten zijn haar onbekend. Daardoor staat ze wel eens in de vreemdste standjes voor de klas, als ik binnenkom. Terwijl de leerlingen haar eigenlijk niet eens aan mogen raken. Want als ze te veel met haar spelen dan breken er door metaalmoeheid zaken af. Jullie kunnen vast wel raden wat er dan het eerste af gaat.

Inderdaad, Trijntje mist haar middelvinger.

Bastaardzandloopkever

Duidelijk een kever die zijn naam eer aan doet, de Bastaardzandloopkever (Cicindela hybrida). Hij liep me gisterenmiddag letterlijk voor de voeten in de duinen.

Ze jagen op andere bodeminsecten en hebben daarvoor enorme kaken, zie hierboven. Het lijken net slagtanden die langs elkaar scharnieren. Aan de onderkant was hij fel metallic groen, maar gezien die hapinstallatie aan de voorkant wilde mijn vrouw hem niet even op zijn ruggetje houden voor de foto.

En ik moest natuurlijk de camera bedienen.

Bier in de klas

Bierkrat

Tijdens de wiskunde les heb je het natuurlijk niet alleen over wiskunde.
Dat zou onmenselijk zijn.

Dus de meivakantie kwam langs bij mijn wiskunde collega in de klas.
Dikke Willem wist wel wat zijn vader ging doen in de vakantie.
“Bier drinken op de camping!”

“Wat drinkt je vader zo op een avond?”, niets zo nieuwsgierig als een docent.
“Makkelijk vijf kratten bier meneer”, antwoordde Willem trots.

Volgens mijn collega kon dat helemaal niet. Volgens Willem was het toch echt zo.
De klas neigde ernaar om Willem te geloven en wiskunde collega’s gaan dan rekenen, daar hebben ze voor doorgeleerd.

“Vijf kratten op een avond, dat is elke drie minuten een biertje!”

Willem zat even te peinzen en moest toen zijn triomfantelijk kijkende docent gelijk geven. Elke drie minuten een biertje, dat haalde zijn pa niet.

Toen ging er een lampje bij hem branden; “maar de vader van Bas haalt dat mákkelijk.”
Achter in de klas zat Bas driftig ja te schudden, samen met een paar klasgenootjes die zijn vader ook kenden. “Makkelijk!”

De logica van de wiskunde is een andere dan die van bier. En de logica van zo’n vader zal aan het einde van de avond ook wel niet meer zo groot zijn.

Laat de Noordzeekrab niet barsten!

Noordzeekrab

Je staat toch even vreemd te kijken; loop je lekker over het strand, komt er ineens iets van behoorlijke afmetingen uit het zand omhoog kruipen. Hoewel, omhoog kruipen is wat te veel van het goede. Het was meer worstelen dan boven komen.

Wij, van het R.C.R.C. (Ramirezi Crab Rescue Centre), begrepen direct dat er hulp nodig was. Als je hierboven kijkt dan zie je aan de voetafdruk dat iemand boven op deze Noordzeekrab (Cancer pagurus) is gaan staan, met een flinke barst in zijn schild tot gevolg. Het beestje zat verscholen onder het zand, dus daar kon die platvoet niets aan doen.

Noordzeekrab

Het R.C.R.C. graaft het beestje wat verder uit en direct wordt de weg naar het reddende water ingezet.

Noordzeekrab

Dat blijkt toch wat koud, want onze Noordzeekrab keert snel weer om.

Noordzeekrab

Misschien is een wat rustiger plekje om een nieuw pantser aan te maken een beter idee. Wij van het R.C.R.C. besluiten onze krab te verplaatsen naar een beschut plekje bij de pier. Let nog even op de vingers van de scharen; die zijn bij Noordzeekrabben zwart.

Noordzeekrab

Het blijkt een bubbelbad. Dat bevalt beter.


Meer kreeftachtigen:
Een wandelende bestekbak (Europese zeekreeft)
Gevecht met een Gewone Strandkrab
De Penseelkrab kan niet schilderen
Het vertederende Harig Porceleinkrabbetje
Sportschoen met verstekelingen; de Eendenmossel
Paultje de Rolpissebed

Spikkels op je buik

Eigenlijk ben ik bijna nooit ziek, maar als ik het ben dan is het eenvoudig te controleren. Om de één of andere reden krijg ik dan namelijk altijd spikkels op mijn buik. Rode spikkels.

Vijf minuten geleden haalde Ramidochter in één greep een echtpaar Kleine watersalamanders (Lissotriton vulgaris) uit de vijver. Hier zie je de man, ook met spikkels op zijn buik, maar in een iets andere kleuren combinatie (gelukkig….). Overigens was hij bijzonder levendig, dus kiplekker.

Heb jij wel eens spikkels op je buik?


 

Vluchtgedrag

Een klas vol leerlingen, maar de docent is in geen velden of wegen te bekennen. Dat kan een collega zijn die vluchtgedrag vertoont. Maar over dat soort vluchtgedrag gaat dit stukje niet.

Vanmiddag trof ik onze conciërge op de gang, een beul van een kerel. Hij was in geanimeerd gesprek met een collega over een foto van een valkje in de lokale krant. Of dat nu wel of niet een Torenvalkje was. “Dat zijn toch van die vogeltjes die boven het weiland hangen te bidden?”, vroeg de collega. Precies.

“Vaak kun je al aan het vluchtgedrag zien welke vogel het is”, legde de conciërge uit. Grappig, op de één of andere manier verwacht je nooit dat beulen van kerels ook gegrepen kunnen zijn door het vogelen, maar hij wist er behoorlijk wat van. Zo passeerde in ons gesprek bijvoorbeeld de Kiekendief, laag zwevend tussen de duinen door.

Uiteraard wist ik er ook nog eentje; “Als een vogel bij wijze van vluchtgedrag zijn kop in het zand steekt, dan is het altijd een Struisvogel.”

Daar was onze vogelminnende conciërge het niet mee eens; “Niet altijd, het kan natuurlijk ook een manager zijn.”


Vogels in volle vlucht

Zeeëgel skeletjes

Zeeëgel skelet

Niets sorteert beter dan de zee. Als er iets aanspoelt dan is het nooit alleen, het komt altijd in grotere hoeveelheden. Allerlei schelpen, sepia’s, kwallen, noem maar op.  Vandaag waren de Zeeëgels aan de beurt; hun skeletjes lagen overal.

Er was één uitzondering op de regel; een levend platvisje lag ineens nog spartelend voor me op het strand, met de beide oogjes naar beneden. Misschien net te zwaar geweest voor een meeuw. Snel weer in zee losgelaten. Het beestje zwom niet weg, maar groef zich direct al golvend het zand in. Nog even zag ik de bolle oogjes naar mij kijken, toen was hij weg.

Dat was leuk om te zien, dus snel het beestje opgegraven voor de herhaling. Nog een keertje naar de verdwijntruuk gekeken. En daarna tevreden en met natte broekspijpen weer naar huis.

Zeeëgel skelet