Animal sex

In de pubertijd beginnen de hormonen rijkelijk te stromen. De leerlingen beginnen aan sex te denken (en de jongens houden daar waarschijnlijk ook nooit meer mee op)… Dat kan tot gevolg hebben dat de leerlingen iets dat je zegt onverwacht met sex in verband brengen. Dat bleek wel weer…. We zijn vandaag bezig geweest met het project waarnemen. De tweede klas basisberoeps die ik vanochtend had, was druk bezig met het doen van proefjes. Het ging over het oog en optiek. Mijn collega had als versiering bij zijn optiekopdracht Donald Duck op de kaft gezet, met een vergrootglas in zijn hand. “Raar hoor”, zei ik, “Zo’n eend zonder broekje aan.” “Nou meneer, Pino heeft in Sesamstraat anders ook nooit een broek aan.” “Ja, dat is zo.” “Weten jullie trouwens wie ik leuk vind ?” “Nou, meneer ?” “Animal, die altijd achter het drumstel zit.” Eén van de meiden veert op, ze heeft iets bekends gehoord… “Animal sex ?!?!?!” “Ja, vet irritant !” Weet een jongen. “Wij hadden een hond, die zat de hele tijd op je been te rijden.” “Wij ook !” Reageert een meisje vervolgens. “Dan kwam dat roze dingetje eruit.” “Mijn moeder zei dan altijd dat het net een lippenstift is.” Het kleinste meisje van de klas begint te giechelen. “Ha, ik zie het al helemaal voor me; meneer Ramirezi met een nijlpaard !” “Nou, toevallig vind ik nijlpaarden heel erg aantrekkelijk.” “Maar nu gaan we weer verder met de proefjes !”

Advertenties

Ik heb de doos gevonden !

Eindelijk heb ik de doos met mijn QSL-kaartjes gevonden. De meeste ontving ik rond 1978. Voor zend- en luisteramateurs is het de sport om kaartjes uit zo veel mogelijk landen te krijgen. Of uit landen die zo ver mogelijk weg zijn. De kaartjes die ik laat zien zijn niet daarop geselecteerd. Deze vind ik gewoon mooi.

Wie wil mijn hamster zien ?

Dit weekend schreef ik over mijn uitje naar de radiozendamateurs. Daarbij had ik het over de schoenendoos vol QSL-kaarten die ik nog heb liggen. Op mijn werk kreeg ik vragen over wat dat nu precies voor kaartjes waren. Dus ik dacht kom ik zet er een paar op het net. Moest ik nog maar één klein dingetje voor doen; een paar leuke QSL-kaartjes inscannen. En nog een ander klein dingetje bleek al snel; die kolere schoenendoos vol kaartjes vinden. Ze moesten ergens op zolder zijn. Eerst een nachtkastje opzij – zoeken. Niks. Toch beneden dan ? Hé hier liggen nu allemaal sokken in de la. Terug naar boven; ander schot weghalen. Ha, warm. Mijn oude zakmes. Kijk wat leuk mijn lenzenspullen van 20 jaar terug. Goh; vroeger heb ik stropdassen gedragen. Eindelijk een schoenendoos. Mis, allemaal brieven aan mijn verkering. Al lang mee getrouwd. De brieven zijn niet geschikt om op het web te zetten. (sorry zo goed ken ik jullie nu ook weer niet…) Uitkomst; nog niks gevonden. Wel deze foto. Mijn hamster en ik. Vorige week genomen.

We horen bij elkaar – zwaaien !

Voordat ik aan de auto ‘ging’ heb ik jaren motor gereden. Mooie tijd. Dan heb je heel veel vrienden. Iedereen die ook op een motor zit zwaait naar je. Hoewel, iedereen… Sommige Harley-rijders voelden zich nog net even iets beter dan de gemiddelde jap-rijder zoals ik. Dus ondanks dat je vriendelijk je hand opstak, werd er niet terug gegroet. Mijn wraak was zoet. Ik woonde in die tijd in Valkenburg (L) en zodra er een groep stoere Harley’s het dorp indenderde met ruige kerels er op dan ging ik er lekker irritant tussen rijden met mijn kleine Honda 400. Was gelijk het stoere effect verdwenen. Buschauffeurs groeten elkaar ook. Vrachtwagenchauffeurs, zeker als ze voor dezelfde firma rijden natuurlijk ook. Geeft een mooi wij-gevoel. Op de fiets miste ik toch een beetje dat wij-gevoel. Als je naar iedere fietser gaat zwaaien dan wordt je al snel niet meer serieus genomen in het dorp. Vanochtend merkte ik dat wij fietsers, ondanks dat we niet zwaaien, toch solidair zijn. In het voorbij fietsen riep een mevrouw naar me; “bij het volgende bruggetje is het glad !!!” Ah, daar is het wij-gevoel weer. Voelt goed.

Internet veroorzaakt uitsterven zeldzame soort

Vanochtend las ik in de krant dat er steeds minder radiozendamateurs zijn. Want waarom zou je met veel moeite proberen om een verbinding te maken via de ether als dat ook relaxed via het internet kan ? Het gevolg is dat het zeldzame ras van de radiozendamateurs wereldwijd terugloopt. Om dat terug te dringen hield de plaatselijke afdeling van de Vereniging open huis. Nouja huis…. Ze zitten in een oude bunker onder de duinen. Daar moest ik even heen. Waarom ? Een jaar of 25 geleden was ik een actieve luisteramateur. Dan probeer je radiosignalen te ontvangen uit zo ver mogelijke gebieden. Nachtenlang zat ik op de korte golf. Als je iemand had ontvangen dan stuurde je die een QSL-kaartje. Met wat geluk kreeg je er van hem weer eentje terug. Ik heb nog altijd een schoenendoos vol met die dingen. Van over de hele wereld vandaan. Het viel niet tegen. De bunker was lekker warm gestookt – hoewel de zenders nog altijd te leiden hadden van het vocht. Er was ruimte voor een gezellig barretje en in de diverse uithoeken werd er druk verbinding gelegd met de buitenwereld. Ik zag apparatuur waar ik in mijn marinetijd (15 jaar terug de verbindingsdienst verlaten…) nog mee had gewerkt. Raar hé, dat mannen gek kunnen zijn op dingen met knoppen… Was toch wel een leuke hobby. Maar als je ergens je vak van maakt dan is het al gauw geen hobby meer. Alleen is dat allemaal ook al weer zo lang geleden. Het kriebelt wel weer een beetje. Bloggen is wel makkelijker natuurlijk. Maar misschien minder romantisch…

Meet de koeienscheet

Als organisch materiaal zoals gras wordt afgebroken in een zuurstofloze omgeving dan ontstaat methaangas. Dat gebeurt onder meer in vee. De vele magen van de koe dragen zo fors bij aan het broeikaseffect, want methaan is een krachtig broeikasgas. Van te veel broeikasgassen krijgen we natte voeten. Dus moet er onderzocht worden wat er aan de methaanscheet van de koe gedaan kan worden. Daarvoor moet je eerst onderzoeken wat er precies uitkomt, uit zo’n koeienuitlaat. En dat levert erg grappige plaatjes op. Greenhouse research

Jaaaaaah PIZZA !

Nu heb ik gelukkig nooit gerookt. Nou ja, één dag. Gelijk maar een zowat een pakje verstookt met wat vriendjes. Zo ziek geweest – dat nooit meer. Dus ik ben ook nooit kortademig naar de dokter gegaan. Om daar van de beste man te horen te krijgen dat ik echt moet stoppen. Dat je er kanker van krijgt en dat het je huid uitdroogt, dat je er impotent van raakt en dat je er van uit je mond gaat stinken. Als dokter lief dat tegen een patiënt of wat heeft gezegd op een dag, dan steekt hij zelf nog maar eens een flinke havanna op. Voor hem geldt het natuurlijk niet. Toch voel ik me wel een beetje zo. Heb ik net weken lang mijn leerlingen alles bijgebracht over gezond eten….. Ach laat ook maar. Het plaatje spreekt voor zich….. Toen ik de foto maakte waren ze nog bevroren. Terwijl ik dit tik zitten ze in de oven. Als u dit leest dan zijn ze op. Eet smakelijk !

Geesten oproepen

Al dat gezeur dat de kinderen tegenwoordig niets meer leren op school. Mijn jongste zit in groep 7 en komt vanmiddag thuis met de mededeling dat hij heeft geleerd hoe je geesten moet oproepen. Dat wekt mijn nieuwsgierigheid. “Hoe ging dat dan ?” “Nou gewoon, we gingen in de gymzaal in een kring op de grond zitten, met zes kinderen.” “Het mogen er nooit meer dan zes zijn”. “Toen moesten we allemaal elkaars handen vasthouden.” “Eéntje uit de klas ging rondjes om de kring heenlopen en sloeg op een trommel.” “Dan moest je zeggen; geesten ontwaakt en spreek via de mond van huppelepup”. “En wiens naam je dan had gezegd, daar sprak dan de geest door.” Natuurlijk wilde ik ook weten wat er zoal doorkwam van gene zijde. “Wat hebben jullie de geest gevraagd ?” “Nou of die zwanger was !” “En, was die zwanger ?” “Jaaaahhhh” Zelf moest ik nog even terugdenken aan een paar jaar terug. Ik ging met een klas het park in om dieren te inventariseren. Nu is er in dat park ook een oude bunker. Hebben de duitsers vergeten mee terug te nemen. Af en toe slapen er zwervers in, dus de leerlingen hadden de duidelijke instructie om niet bij of in de bunker te komen. Omdat je nu eenmaal niet overal tegelijk kunt zijn waren er toch een aantal stiekum naar binnen geglipt. Daar zaten al wat leerlingen van een andere klas, die al vrij waren. Geesten op te roepen en flesje te draaien…. Wat er toen precies gebeurd is weet ik nog steeds niet, maar ineens stonden ze weer voor me. Lijkwit. “Wat is er met jullie gebeurd ?” “We zijn toch stiekum de bunker in geweest meneer.” “Ze waren geesten aan het oproepen.” “Als ik jullie zo zie is dat aardig gelukt.” “Ja, er begonnen ineens allerlei dingen vanzelf te bewegen.” “We zijn echt hartstikke bang.” “Net goed !” “Moet je maar luisteren als ik zeg dat je er niet heen mag.” “Trouwens er zit iets op je rug…..” “Oh jeeeeh, een geest, die neem je terug mee naar huis !!!” “Ophouden meneer, dat vinden we écht niet grappig.” Gezien hun huidskleur en bange ogen ben ik inderdaad maar opgehouden…

Saturday night fever

fotoGisterenavond had ik een feest. We hielden met 6 klassen tegelijk een discoparty. In een lokale dansschool. Nu had ik gezien eerdere ervaringen niet verwacht dat de halve school direct op de dansvloer zou springen, maar na een uurtje vond ik het wel wat erg lang duren. Wat zou er mis zijn ? De muziek was niet om aan te horen – dus dat zat goed. Ik kreeg pijn in mijn oren – volume dus o.k. Het lichtniveau was wat hoog – iedereen kon elkaar zien; dat was dus wat minder. Gelukkig gaf de rookmachine uitkomst. Zelf kon ik vroeger erg goed dansen. Dacht ik. Zo was ik eens op een avondje in een kelder van een verpleegstersopleiding ergens in Amsterdam. Hoe later het werd hoe beter ik danste. Dat was dus in mijn beleving zo weinig mogelijk de grond raken…. Aan het eind van de avond zei de verpleegster dat ze het wel leuk vond om met me te dansen, maar of ik niet de hele tijd zo wilde springen. Weg zelfvertrouwen. Wat me gisteren ook opviel was de enorme spiegelwand. Die bron van onzekerheid voor de leerlingen deed me denken aan mijn eigen dansopleiding. Omdat we gingen trouwen moest dat er maar eens van komen. Samen met de aanstaande op dansles. Zowaar werd brons met ster gehaald. We gingen door voor zilver. Dat was minder. Zo stond ik regelmatig op de tenen tot en met de middenvoetsbeentjes en eventueel het scheenbeen van mijn vrouw…. Die sloeg al vloekend dapper van zich af. Dansleraar Cor had dat natuurlijk haarscherp in de gaten. Door de microfoon klonk; “en links twee drie…… elkaar niet slaan op de dansvloer …. zij sluit zij…” Om het prille huwelijk te redden hebben we nooit zilver gehaald. Twee paar verse dansschoenen verdwenen in de grijze bak.

Dyslectisch orgasme

fotoGisteren liep ik achter ons winkelcentrum langs en tot mijn grote vreugde zat daar een ijsvogeltje in de bosjes boven het water. Zijn metallic blauwe ruggetje scheen me prachtig tegemoet. Nadat ik hem stilletjes een tijdje had bewonderd vloog hij er, karakteristiek op en neer golvend, vandoor. Levende wezens geven mij altijd een vrolijk gevoel. Zo’n ijsvogel maakt de dag goed. Een gevecht midden in de nacht om een doos chocolade-taart met een das maakt de hele vakantie goed. Levende wezens zijn ook het onderwerp van de biologie. Dat blijkt al direct in het eerste hoofdstuk: “Josephine, wil jij even beginnen met lezen op bladzijde 6 ?” “Ja, meneer !” “Biologie is de leer van het leven.” “In de biologie bestuderen we mensen dieren en planten.” “Mensen, dieren en planten zijn levende wezens.” “Een levend wezen noemen we een orgasme” “Nee Josephine, een orgasme is iets anders.” “Dat krijgen jullie pas in het tweede jaar.” Ondertussen ligt de rest van de klas dubbel….